De Heere Jezus vergelijkt het Koninkrijk van God bij het vinden van een schat. De man in de gelijkenis stuit op een schat en verkoopt alles wat hij heeft om die ene schat te kopen. Het is het beeld van geloven in wat God gedaan heeft: Christus is gekomen om te betalen voor de zonden. Is het Koninkrijk van God voor ons al het meest kostbare geworden? Ongeacht of we arm of rijk zijn, dat het ons om Christus te doen is. 

Mattheüs 13 vers 44: ‘Wederom is het Koninkrijk der hemelen gelijk een schat, in den akker verborgen, welken een mens gevonden hebbende, verborg dien, en van blijdschap over denzelven gaat hij heen en verkoopt al wat hij heeft, en koopt dienzelven akker’.

Een schat van grote blijdschap

Vandaag willen we nadenken over een schat. Dit najaar over de schat. Verjaardagen komen eraan. Toen ik een kind was er zondagavond een strijd tussen mijn ouders en mij over de avonddienst en kijken naar Disney. Treasure Ireland. Het zoeken van de verborgen schat. Veel verhalen erover opgebouwd.

We hebben die fascinatie met een schat zoeken. Vroeger kwam dat schatvinden veel meer vol. Mensen bewaarden hun geldstukken en metalen in een houten kistje en verborgen het in de grond. Bijvoorbeeld in een tijd van oorlog. Romeinen.

Mattheüs 13 geeft die gelijkenissen weer met aardse verhalen met een geestelijke waarheid. Er zijn een aantal dingen waar we op dienen te letten. Met elke gelijkenis heeft Jezus iets te zeggen over het Koninkrijk. Wij hebben dat doel te zoeken. Een geestelijke waarheid in.

Ook die waarheid te openbaren. Voor hen die geen interesse hadden in die geestelijke waarheid. Zij die Jezus verwierpen. Psalm 78. Daar voorzegd dat Jezus op deze manier zou spreken door gelijkenissen. Mattheüs 13 geeft acht dingen over het Koninkrijk. De eerste vier over de macht van deze aarde. De andere vier dat mensen het Koninkrijk kunnen ontvangen.

Mattheüs 13 vers 44. Een vers. Wederom is het Koninkrijk der hemelen gelijk een schat, in den akker verborgen, welken een mens gevonden hebbende, verborg dien, en van blijdschap over denzelven gaat hij heen en verkoopt al wat hij heeft, en koopt dienzelven akker. Wat Jezus doet is het eenvoudige verhaal bouwen rondom die ene geestelijke waarheid.

Zoals een mens een schat vindt in de akker. Gods schat, het Koninkrijk. Gerechtigheid. Vrede. Geestelijke gaven. Paulus in Kolossenzen. Verbogen maar gevonden. Christus verborgen, mysterie. God kwam om het te openbaren. Het Koninkrijk der hemelen.  God hield het niet verborgen in de hemel. Niet om aan de trotsen te geven.

Niet te roemen in zichzelf maar in God. In Christus Jezus wijsheid van God. Rechtvaardiging. Laat die roemen roemen in de Heere. Voor de meesten van ons denk ik dat wij manieren hebben om waardevolle dingen te bewaren. Bankrekening. Maar toen was dat niet.

Hun schat dragen. En als zij in een oorlog omkwamen, dan namen ze de schat niet mee maar verborgen ze voor anderen. Als er misschien een oorlog kwam. Mensen bewaarden die in de achtertuin.

Geen twijfel dat op deze manier de schat gevonden is in dit verhaal van Jezus. Hij vond het. Verkocht alles wat hij had om dat stuk land te kopen. Niet de vraag hoe hij het vond. Dat is niet het punt. Dat onverwachte aspect van het vinden van de schat.

Dat God het initiatief moet nemen om het Koninkrijk voor ons zichtbaar te maken. Er was geen speciale bekwaamheid in deze man dat hij die schat vond. Het is meer het genadige van God. Sommige geven het geheim van het Koninkrijk.

Jesaja 55. Kom, koopt, zonder prijs. Wat betekent dat? Het kopen is hier het geloven is wat God deed door de zaligheid door Christus. Er is niets te verdienen. Het geloof dat God geeft. Het is van jou zonder te prijzen. Zonder een penny te betalen. Het is niet door jouw toewijding.

Dat deze man moest vertellen aan de eigenaar over deze schat. Maar het doel van de gelijkenis is niet om die ethiek te vertellen. Nee het is om te laten zien dat hij alles verkocht om die schat te kopen. Het is niet om te focussen op het eigenaarschap van het land.

Jezus Christus is de ware schat. Rijk. Kolossenzen 1 vers 9. In Christus woont al de Godheid lichamelijk. Dat is onze schat. Kolossenzen 2 vers 3. Schat van wijsheid en kennis. Vrede. Weggelegd voor ons in Christus. Als wij een interesse hebben in Hem, het behoort alles aan ons. Een open veld.

Spreuken 2 vers 1-5. ‘Mijn zoon, zo u mijn redenen aanneemt, en mijn geboden bij u weglegt. Om uw oren naar wijsheid te doen opmerken, zo u uw hart tot verstandigheid neigt. Ja, zo u tot het verstand roept, uw stem verheft tot de verstandigheid. Zo u haar zoekt als zilver, en naspeurt als verborgen schatten. Dan zult u de vreze van de Heere verstaan, en zult de kennis Gods vinden’.

Vraag het iemand die deze schat heeft gevonden. Hoe groot het is. De onuitsprekelijke gave. Bijbelcommentator Matthew Henry: De reden waarom zoveel het Evangelie verwerpen en de vreugde niet genieten, is omdat ze alleen aan de oppervlakte blijven. De gaan niet dieper. Deze gelijkenis die de Heere Jezus vertelt, is natuurlijk voor de discipelen. Alles opgaven om Jezus te volgen.

Mattheüs 19 vers 16. De rijke jongeling die niet bereid is alles op te geven en de Heere te volgen. Wat hij moet doen om zalig te worden, vraagt hij. Geef het de armen en kom volg Mij. Mattheüs zegt dat deze man met verdriet wegging omdat hij het niet op kon geven. Jezus wendt zich tot de discipelen. Lichter dat een kameel door het oog van de naald gaat, dan een rijke ingaat in het Koninkrijk der hemelen. Hoe is het dan mogelijk? Jezus zegt wat bij mensen onmogelijk is, is mogelijk bij God.

Je zult zitten op twaalf tronen oordelen de stammen van Israël. Een ieder die huis, familie heeft verlaten vanwege Mij, zal ontvangen een honderdvoud. Alles van dit is zoveel waard als een schat. Alles op te geven wat dit in de weg staat. Het vervult ons hart. Diepe vervulling.

Dat is hoe Paulus zich voelde. Onverwacht ontving hij het om de weg naar de Damascus. Filippenzen. Alles schade en drek geacht, vanwege Christus. Er zijn mensen die zeggen je moet alles opgeven om God te vinden. Maar je kunt dingen hebben, veel hebben, maar we moeten open handen hebben. Paulus zei ik heb veel, en niks. Maakte geen verschil. Waar hij ook was, Christus te dienen op dezelfde manier. Dat is wat we moeten zien in deze gelijkenis.

Dat is Paulus’ reactie. En wat is jouw reactie? Toen je tot deze schat kwam. Is het kostbaar voor je? Kun je dat instemmen of heb je moeite met het zien van de waarde van deze schat. Vandaag is het Koninkrijk beschreven als een verborgen schat.

De discipelen lieten hun vissersnetten achter zich. Om Hem te volgen. Joannes verbannen naar Patmos. Sommige als martelaren gestorven. Het kost wat. Offer. Mattheüs 16, laat iemand die achter Mij wil komen, zijn kruis opnemen en mij volgen. Al zou een mens de hele wereld winnen, wat zal een mens geven voor lossing van zijn ziel.

Het nu bezitten en de beloning in de toekomst. Kost veel in dit leven voor een grotere toekomst. Dit wil je misschien niet horen maar wat het betekent om je kruis op te nemen, dat je bereid bent om te sterven. De meesten van ons zijn niet geroepen om ons leven te geven op die manier te geven, maar we worden geroepen om ons eigen leven op te geven.

Als het leven aangenaam verloopt, dan is het makkelijk om Jezus te volgen. Met schaamte voor kerken die beweren dat het leven met Jezus over rozen gaat. Dat zegt Jezus nergens. Voor deze man een grote vreugde, niet eerder geweten, van het hebben van die grote schat. Ken je dat vandaag die vreugde van het volgen Jezus? En nemen we anderen daarin mee? De beloning is de prijs waard. Dat is wat in dit vers zit.

Een schat van grote blijdschap. Dat wil ik vandaag vertellen: in het Evangelie hebben we de schat Christus met grote blijdschap. Dat we het niet voor onszelf houden. Die schat van grote blijdschap.

 

Zondag 11 september 2022 – R. Lemke – Mill Lack church Abbotsford, British Columbia Canada – Schriftlezing Mattheüs 13 vers 44