De engel verkondigt de herders grote blijdschap. Deze blijdschap is verbonden aan de genade van God. Eerst is er genade: Gods Zoon daalt af, wordt mens, draagt de schuld in onze plaats. Dat is reden voor grote blijdschap. Deze blijdschap is geen gevoel, maar een besef, een feit.

“Ik verkondig u grote blijdschap”

Gemeente des Heeren, waar wordt u nu echt blij van? Kerstfeest is onze cultuur een gezelligheidsfeest. Je ziet ernaar uit. De gezelligheid maakt je blij. Je leeft er weken naar toe. In de kerk dragen we daar aan bij door Advent te beleven, 4 weken. Terwijl ze bedoelt zijn om de komst van Christus te verwachten en niet de komst van gezelligheid.

De Coronacrisis doet ons dat beseffen. Het familiefeest mag niet met de familie gevierd worden. Een domper voor velen. Wellicht heeft het uw blijdschap getemperd. Toch proberen we er wat van te maken. De gezelligheid laten we ons niet zomaar afnemen. Het feest is zomaar voorbij. Na oud en nieuw is het zomaar weer 2 januari. Gaat er iets van die gezelligheid het nieuwe jaar in? Zullen we blij zijn op 2 januari? Zien we daarnaar uit? Omdat we weten dat we dan blij zijn.

Drie punten vanavond:

  1. De blijdschap in ons leven wordt vaak bepaald door zaken die voorbij gaan
  2. Dat geldt niet voor Gods genade en blijdschap
  3. Als deze blijdschap verkondigd wordt, is het gelijk een feit

Zien we uit naar 2 januari? Omdat we weten dat we dan blij zijn? Naar iets uitzien, dan ben je nu al blij. Nog vijf nachtjes slapen en dan ben ik jarig. Dan ben je het middelpunt van de dag. Je krijgt mooie cadeautjes. Waarom duurt het nou zo lang? Toch, je wordt blij van het vooruitzicht.

Ik zie tegen de werkweek op omdat het zo zwaar is. Maar straks is het weer weekend. In januari bepalen we onze vakantie. Hopelijk kunnen we in de zomer weer vrij reizen. De dagen worden al lichter. In de zomer hopelijk stralend weer. Eindelijk ga je trouwen in het nieuwe jaar. Tegen de liefde van je leven zeggen: ja. Of je leeft in verwachting van een kind. Als een geschenk uit de hand van God. Een grote verantwoordelijkheid maar ook fijn, gezinsuitbreiding! Of die lange en moeilijke opleiding afsluiten. Nog even volhouden. Maar het zal lukken. Of u gaat genieten van een pensioen. Dat maakt u nu al blij.

Stuk voor stuk mogen we deze redenen zien als genade gaven van God. Al is ons leven gebroken. De Heere wil ons blijdschap geven in de dingen die we doen. Overblijfselen uit het verloren paradijs. Ze herinneren aan het eeuwige blij zijn. We hebben er zelf nee tegen gezegd. Want deze overblijfselen verdwijnen weer. Na zondag moeten we aan de slag. Aan die vakantie komt een eind. En ja, die onverbiddelijke dood. Onze kinderen gaan het huis uit een keer. Ik moet een keer stoppen met werken. Met ouderdom komen de gebreken. Die blijdschap zou niet zijn vergaan als we de Heere niet de rug hadden toegekeerd. Ze verwijzen naar die eeuwige heerlijkheid, die blijde dingen. Ze verwijzen ook terug naar het paradijs.

In de tekst gaat het daarover. Die zaak is niet iets van het verleden of de toekomst. Nee, die is er al in het hier en nu. In de diepte van het bestaan. Waar we angstig of ontredderd zijn.

2.

De blijdschap van God gaat nooit voorbij omdat Zijn genade er onlosmakelijk mee verbonden is. Ik verkondig u grote blijdschap! Heden, vandaag, voor u in de stad van David is de Zaligmaker geboren. Hij is Christus, de Heere. Niet de keizer is de verlosser. Maar Christus. In dat achterafplaatsje, Bethlehem. Davids koninkrijk wordt hersteld. Jezus wordt de redder van de wereld. Er zal geen einde zijn aan Zijn rijk. God werd mens. Hij is de Zaligmaker. Hij kwam in onze plaats om van God verlaten de toorn tegen onze zonden te dragen. Hij onderging diepste smaad, onschuldig, opdat wij nooit meer schuldig worden verklaard.

Er staat ons iets moois te wachten. Toegeleefd naar de mooie kerstdagen. Je voelt dan vandaag al: over een paar uur is het voorbij. Niet te veel aan denken? Het bezit van de zaak is het einde van het vermaak.

Hoe is dat in het leven met de Heere? De komst van Christus maakt ons blij. Er staat ons inderdaad iets moois te wachten. Namelijk de eeuwige heerlijkheid bij God. In het leven van de Heere is het: een bezit van de zaak is een vooruitzicht van het vermaak. Je komt erachter wat je je tekort hebt gedaan door Jezus af te wijzen. Er is nu al een innerlijke vreugde. Ik verkondig u grote blijdschap. Het bezit van de zaak is het vermaak. Nu al.

Waarom? Omdat blijdschap en genade in het leven met de Heere bij elkaar horen. Als Barnabas in Antiochië komt, waar de boodschap van Jezus verkondigd was, zag hij de genade van God. En hij werd verblijd. Hij spoorde hen aan bij de Heere te blijven. Als je ziet dan anderen deel hebben aan de Heere, dan word je daar zelf blij van.

Velen zullen zich over geboorte van Johannes verblijden, hoorde Zacharias. Johannes zal een begenadigd mens zijn in het leiden van mensen tot de Heere. De engel zei tegen Maria: wees gegroet. Of zo vertalen: wees blij. Want je hebt genade bij God gevonden! Er is geen enkele reden tot vrees. Maria vond genade bij God. In haar geval betekende dat dat ze de moeder mocht worden van haar Heere.

De herders hoefden ook niet bevreesd te zijn. De engel verkondigde geen genade (ook wel) maar vooral blijdschap. Die inhoud is dezelfde als de boodschap aan Maria. Heden is voor u geboren. Hij is Christus de Heere!

Blijdschap is dus niet een gevoel op zich. Niet op te roepen door medicijnen zoals antidepressiva. Wel een genade dat ze er zijn, deze middelen. Je krijgt een lentegevoel. Heerlijk. Maar toch.

De blijdschap in onze tekst is genade. Genade. Dat maakt je blij. Wat mooi. Niet alleen degene die genade heeft ontvangen is blij, ook op de plaats waar die genade vandaan komt is er blijdschap. Er is blijdschap voor de engelen van God over een zondaar die zich bekeerd. God zelf bevindt zich voor de engelen.  Hij is blij over elke zondaar die Zijn genade aanvaart.

Je kunt blij zijn en het toch niet geloven. Van blijdschap kan je het niet geloven. De opgestane Jezus verschijnt. De discipelen raken in verwarring. Raak Mij aan! Toen ze het van blijdschap nog niet geloofden, vroeg Hij: Hebt u iets te eten? Het geloof kwam helemaal terug. Toen Jezus opvoer naar de hemel, waren ze bedroefd? Jezus leek hen te verlaten. Maar: zij aanbaden Hem. En keerden terug met grote blijdschap!

Blijdschap en genade in het leven met God. Dat hoort bij elkaar. Het is niet een gevoel maar een werkelijkheid. Je kunt in de grootste verdrukking een blijdschap ervaren waar niemand iets van begrijpt. Nu al blijdschap. Opdat, schrijft Petrus, u zich in de openbaring van Zijn heerlijkheid mag verblijden. Aan het eind van de tijden. Die blijdschap is niet te organiseren of plannen. Het komt voort uit de genade van God.

Misschien herkent u zich hier helemaal niet in. Het is een en al donkerheid in uw leven. En dan gaat het over blijdschap? We moeten ook wel de goede volgorde in het oog houden. Genade gaat altijd voorop! Dan blijdschap. De engel verkondigt blijdschap. God heeft Zijn genade bewezen in de geboorte. Jezus kwam in de misère van ons bestaan. Die oorzaak vinden we in onszelf. Heere, ik zocht niet naar u. Ik zocht naar het aardse leven. De koelkast vol lekkernijen. Met kerst gewend elkaar cadeaus te geven, een goed boek. Maar ja, met de kerst verdween de blijdschap. Er was een tijd dat ik zelfs in het aardse geen blijdschap vond.

Maar ik zocht U niet! Ik ging aan U voorbij. Toen werd mij verkondigd: U zoekt naar mij. Ik verkondig u! Je dagelijks stellen onder de verkondiging. De bijbel is een levend boek. God spreekt als u Zijn woord leest. Tegen de achtergrond van onze zonde. Die woorden komen met gezag ons leven binnen.  Hij vraagt toewijding aan Zijn dienst. Met de verkondiging van redding redt God de mens.

3.

Als Gods genade en blijdschap verkondigd wordt, is dat nu al een feit. Blijdschap is niet een zaak van gevoel. Maar van besef. We lazen Jesaja: hoe lieflijk zijn de voeten van degenen die heil verkondigen. Het volk is in ballingschap. Gevoelens van blijdschap ontbreken. Toch is waar: ik verkondig het u. Een besef dringt door.

Als de herders het vertellen aan anderen, maken ze het alom bekend. Er wordt niet gezegd dat het verkondiging is. Ze maken bekend. Niet: verkondigen. Dat deed de engel. Met dat de engel het verkondigde, was het er ook! Gods genade is werkelijkheid. Jezus is geboren. De herders maken dat feit bekend. Ze getuigen ervan. Niet hun blijdschap van het besef van Gods grote genade bracht hen daartoe! Het bezit van de zaak valt samen met het vermaak. U hoeft er zelf niet voor te zorgen. Het vermaak heeft een vaste grond: Gods genade. Die maakt je blij.

Met die verkondiging van die blijdschap is de laatste fase van de wereldgeschiedenis aangebroken. De wederkomst volgt nog. Johannes de Doper vroeg: verwachten wij U of een ander? Jezus zei toen: aan armen wordt het evangelie verkondigd. Het koninkrijk breekt door op het moment dat de engel grote blijdschap verkondigd. Het herstel is bezig! Door wonderen en tekenen van genezing. Dat loopt uit op verkondiging van redding aan verloren mensen. Het wordt zichtbaar in het bestaan van een Christelijke Gemeente, zoals hier.

Wij mogen in alle vrijheid Christusfeest vieren. Wie van genade leeft en van vergeving, heeft nu al een blijdschap. Een diep besef van binnen dat Gods genade blijdschap bevat. Ook al ben je nu niet blij. Die zin is namelijk dubbelop. In het woord verkondigen herkennen we het woord ‘evangeliseren’. Goede boodschap, blijde boodschap. Ik verkondig u een blijde boodschap, namelijk blijdschap! Als Ik iets verkondig, is het goed nieuws! Het effect op de hoorders is blijdschap. Ze krijgen deel aan Gods genade. Deelname aan een kerkdienst is niet vrijblijvend. Je gaat er altijd anders uit dan je erin gekomen bent. Als het goed is, is die verandering een vorm van bekering. Een blijde boodschap verkondig ik je, waar je blij van zult worden, een besef van blijdschap en genade. Zo diep, dat je gevoelens erin mee zullen komen.

We zien dat bij de herders. We lezen niets over hun situatie. Ineens staat de engel daar. Maar overal hebben ze het bekend gemaakt! En ze verheerlijkten en loofden God. Ze zagen de bevestiging van de waarheid van de woord van de engel. De verkondiging bleek een blijde werkelijkheid. Ze mochten die als blijdschap beseffen.

Jezus is geboren. En ze loven God.

De blijdschap in ons leven wordt bepaald door zaken die toch eenmaal voorbij zullen gaan. De blijdschap van God is er voor eeuwig. En die is er nu al. Omdat Gods genade eraan gekoppeld is. Blijdschap straks, maar ook nu al.

Amen.

Hoe groot en schitt’rend is zijn eer,
Door ’t heil, aan hem bewezen!
Hoe is zijn roem gerezen!
alvermogend’ Opperheer,
Wat glans, wat majesteit
Hebt Gij dien Vorst bereid!

Gewis, Gij zult, all’ eeuwen door,
Hem met Uw gunst verzellen,
En tot een zegen stellen;
Ja, Gij geleidt hem op het spoor
Der vreugde, bij het licht
Van ’t Godd’lijk aangezicht.

– Psalm 21 vers 5 en 6 (berijming 1773)

Hervormde Gemeente Reeuwijk, Dorpskerk, vrijdag 25 december 2020, 18:45 uur (Eerste Kerstdag). Schriftlezing Jesaja 52: 7 t/m 12 Lukas 2: 8 t/m 14. Geloofsbelijdenis van Nicea.