Kajafas, de hogepriester van het jaar waarin Jezus stierf, profeteert over de dood van Christus. Aangrijpend dat je een leidinggevende positie kunt hebben en toch God niet liefhebben. De dood van Lazarus luidt zo de dood van Christus is; maar Zijn dood leidt tot het leven van zondaren, die het niet langer van zichzelf verwachten, maar opzien naar God.

Gemeente te Reeuwijk, als je nu naar buiten kijkt, zie je sneeuw en ijs. Wat laat dat zien? Wat zegt dat? Dat het koud is. Koud genoeg dat de sneeuw blijft liggen. Is dat het enige? Nee, gemeente. Nog iets. Dit soort weersverschijnselen laten zien wie God is. Psalm 147: Hij geeft sneeuw als wol. Hij werpt Zijn ijs als stukken. Wie is bestand tegen Zijn koude? God spreekt meest duidelijk tegen ons door Zijn Woord. Maar ook in de Schepping zien we tekenen van God. Ook dat Hij het weer bestuurt. Dat we genoeg te eten en te drinken hebben. Jullie kennen misschien ook dat andere teken: de boog van trouw. Nooit meer een zondvloed. God laat door tekenen zien wie Hij is.

Daarom deed Jezus ook tekenen. Hij liet zien wie Hij was en is. In het Johannes evangelie staan 7 tekenen beschreven. Hier in vers 47 horen we de overpriesters en Farizeeërs overleg daarover hebben. Jezus deed vele tekenen. 7 in her evangelie; maar Jezus deed er veel meer. Hij moest laten zien wie Hij is. Dat Hij macht heeft, over water en wijn, ziekte, dagelijks brood. Jezus moest tekenen doen. Dat deed Hij door wonderen die boven ons verstand uit gaan. Die boven gangbare natuurwetten uitgaan. Jezus laat zien wie Hij is. Alle dingen zijn aan Hem onderworpen. Christus heeft de aarde geschapen. God de Vader ook. Maar de Zoon ook. Geen ding is er dat niet door het Woord gemaakt is (Johannes 1). Christus is almachtig. Daarom deed Hij tekenen.

Jezus deed nog meer tekenen. De laatste is de opwekking van Lazarus. Daarover in het voorafgaande. Jezus laat zien: Hij heeft macht over de dood. De dood heeft niet het laatste woord. Christus geeft leven en is het leven.

Velen geloofden in Hem (vers 45). Mensen waren getuige van de glans en majesteit van Christus. Ze geloofden in Hem! Wonderlijk, als u ook gelooft in Hem! Onder de indruk van de wonderen maar nog meer van Jezus zelf! Het was toch juist toen makkelijker om te geloven? Dan kon je Jezus die wonderen zien doen? Toch is dat niet zo. Want hier in vers 46-47 lezen we ook dat er mensen waren die niet geloofden.

De Farizeeërs krijgen het te horen, ook van het wonder. Ze moeten tot de conclusie komen dat het echt gebeurd is. En toch geloven ze niet in Hem. De Farizeeërs geloven niet in Hem. En de overpriesters niet. Mensen die een belangrijke taak hadden in de tempeldienst. Ondanks de tekenen! De overpriesters en Farizeeërs geloofden niet in Jezus. Ze wilden zelfs van Hem af.

De opwekking van Lazarus was de druppel die de emmer deed overlopen. Ze riepen de raad (Sanhedrin) bij een. De schriftgeleerden zaten daar ook in. De raad moest bijeen komen. Wat was het belangrijkste agendapunt? Wat doen we met Jezus?! Hij doet veel tekenen.  De opwekking van Lazarus had veel indruk gemaakt. Wat doen we? Wat moeten we nu doen? Jezus doet veel tekenen. Maar, wat doen wij? Het volk loopt achter Hem aan en loopt met Hem weg. Misschien roept het volk Hem uit tot koning. Dan grijpen de Romeinen in. De tempel zou misschien verwoest worden. Onze plaats, vers 48, daar wordt de tempel mee bedoeld. En onze natie, die wordt dan ook weggenomen. Israël zou weggenomen uit het heilige land – een nieuwe ballingschap? Ze maakten zich eigenlijk meer zorgen over zichzelf. Ons. Ze denken dat het van hun is. Zij hebben een leidinggevende positie. Ze werden graag gezien. De mensen dachten, van hen kan je wel wat leren. Niet zonder reden dat mensen naar hen toe gingen. De Farizeeërs hadden invloed en macht. Het gerucht van Jezus verspreidde zich als een lopend vuurtje. Zij wilden dat uitstampen. Wat Jezus deed, was een bedreiging voor hen. Dat kan dus zomaar, ook in de kerk!

Ze twijfelen wel, wat doen we? De weten het niet goed. Ze zijn bang voor het volk. In vers 49, de hogepriester zegt: u weer niets. Hij wordt de hogepriester van het jaar genoemd. Dat was niet de bedoeling. In Numeri 35 lezen we dat iemand hogepriester voor het leven moest zijn. De Romeinen wilden dat niet. De hogepriester had macht. Anders vormden ze een bedreiging. Graag iemand die de Romeinen gunstig gezind. Het ene jaar had je de ene, het andere jaar de andere. Hogepriester Annas was uit zijn ambt gezet, door de Romeinen, hij was de schoonvader van Kajafas. Kajafas was ook wel een beetje bevreesd voor de Romeinen. Hij was het al langere tijd, hogepriester. Niet volgens de wet, wel hoe het toen ging.

Kajafas treedt hier naar voren. U weet niets, zegt hij. De anderen wisten niet wat ze doen moesten. Jezus wel een bedreiging? Maar doden?! En u overweegt niet dat het nuttig is dat één mens sterft voor het volk en niet heel het volk verloren gaat. Kajafas maakt er een rekensom van.  Kajafas was bevreesd voor de Romeinen. Dat de tempel verwoest zou worden. De natie zou ophouden te bestaan. Daar vreesde hij voor. Ook ten diepste voor zijn eigen positie. Hij was tenslotte een belangrijk leider. Beter Jezus uit de weg ruimen. Nuttig voor ons, zegt hij. Voor het Sanhedrin. En ook voor het volk.

Er is hem alles aan gelegen. Jezus moest sterven voor het volk, ten behoeve van het volk. In vers 51, dit zei hij niet uit zichzelf, maar als hogepriester van dat jaar, profeterend over de dood van Jezus. Hij was hogepriester in het jaar van de dood van Jezus. Hij moest sterven, dit jaar nog. De opwekking van Lazarus betekende de dood van Jezus. Jezus moest sterven wat Kajafas betreft. Maar ook wat God de Vader betreft.

Dat had Kajafas niet door. Christus moest sterven om zondige mensen als wij niet verloren te laten gaan. Jesaja 53: Hij is verwondt, de straf was op Hem, Zijn striemen voor ons de genezing.

U overweegt dat niet, zegt Kajafas. Hij spreekt dit niet uit zichzelf. Het is een profetie. Dat betekent: voorspreken. De woorden voor spreken. Een megafoon van God. Hij spreekt de woorden van God uit. Hij keert zich tegen Christus. Hij maakt bekend dat Hij zal sterven om zondaars te bevrijden. Kajafas spreekt en profeteert.

Dit is aangrijpend. Wij kunnen mooie dingen zeggen over God, de Bijbel of kerk. En toch, het hoeft niet te betekenen dat je de Heere van binnenuit lief hebt. Je kunt zelfs een vooraanstaande positie hebben of op de kansel staan, zoals ik. Het laat zien hoe zeer wij van nature gescheiden zijn van God. Dat het van nature draait om onszelf. Ook bij die mooie en aangrijpende woorden. Hoe kunnen we zeker weten dat we in Christus het eeuwige leven hebben? Juist voor die mensen is Hij gestorven. Hij is niet gestorven voor vrienden, maar voor vijanden.

Welk volk gaat er niet verloren? Een volk dat van nature vijandig is. Voor die mensen is Hij gestorven. Hebt uw vijanden lief. Hij heeft dat ten volle bewezen. Gestorven voor mensen die zo graag in het middelpunt willen staan. Gestorven voor mensen die ten dode opgeschreven staan. Hij hing daar, aan het kruis, temidden van die vijandschap. Hij bleef hangen, tot Hij stierf. Om die spottende mensen te bevrijden.

Zie voor het eerst of opnieuw op Zijn kruislijden en sterven. Kom tot Hem. Hij zal u niet wegwerpen. Niet om onze mooie praatjes krijgen wij het eeuwige leven. Alleen het geloof in Christus heeft de zekerheid. Dan zwijgen wij. En dan spreekt de Heere. Geloven is je vasthouden aan wat God zegt. Christus alleen kan ons redden door Zijn Woord

In Hem worden wij bevrijd. Dat is dan het rustpunt van mijn hart. Jezus leven van mijn leven!

In vers 52 lezen we: Jezus stierf niet alleen voor het volk. Etnos is het Grieks. Het joodse volk wordt daarmee bedoeld. Het door God uitverkoren volk. Voor het joodse volk is Hij gestorven. Het Johannesevangelie geeft aanleiding tot antisemitisme, zeggen sommigen. Maar hier wordt duidelijk dat Hij ook voor de joden kwam.

Maar ook voor de kinderen van God, over al verspreid. Jood en heiden. Christus brengt ze bijeen. Hij moest sterven en opstaan. De dood van Christus kun je vergelijken met een schat diep onder de grond. De schat van het eeuwige leven. Jezus moest dat naar boven halen. Hij moest de diepte in. En opstaan. Nu is Hij het hoofd van de gemeente. De muren van een gebouw, dat beeld wordt gebruikt in de Bijbel. Hoeksteen. Christus is de hoeksteen die jood en heiden verbindt.

Straks zal het joodse volk massaal tot geloof komen (Romeinen 11). God laat Israël niet los. Hij houdt Zijn volk vast. Jezus moest sterven voor de volksmenigte.

Vers 53, vanaf die dag waren ze vastbesloten Hem te doden. Wat God de Vader betreft, moet dit ook. Maar de leden van het Sanhedrin hebben ook hun eigen verantwoordelijkheid. Wij krijgen dat met ons verstand niet helemaal rond. Wij zijn verantwoordelijk en God gaat door.

Jezus heeft zich afgezonderd, vers 54. Hij ging de stad/woestijn Efraim over. Het was Zijn tijd nog niet. Het leven van Lazarus leidt tot Zijn dood en Zijn dood leidt tot ons leven.

Buiten het geloof in Jezus blijf er alleen maar duisternis over. Dan gaan we eeuwig verloren. In Hem ben je veilig. Dan ben je na je overlijden eeuwig bij God. Dat eeuwige leven begint hier. Dan getuig je daarvan. Geen vrome praatjes maar God wil en kan woorden van ons gebruiken voor anderen. God gaat door met Zijn werk. Het eeuwige leven begint hier op aarde.

Christus is ook opgestaan opdat wij eeuwig zouden leven. Luister naar vers 25. Jezus zegt: Ik ben de Opstanding en het leven, wie in mij gelooft, zal leven ook al was hij gestorven. Gelooft u dat?

Amen.

Hervormde Gemeente Reeuwijk, Ichthuskerk, zondag 14 februari 2021, 17 uur. Schriftlezing Johannes 11:45-54.