Door de zonde is de dood in de wereld gekomen. God had ons geschapen om te leven. De dood hoort ten principale niet bij het leven. In de volheid van de tijd heeft er een grote doorbraak plaatsgevonden in het rijk van de dood: Christus de eeuwige Zoon van God kwam naar deze wereld en overwon de dood door op te staan nadat Hij was gestorven. 

1 Korinthe 15 vers 20-21: ‘[20] Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden, en is de Eersteling geworden dergenen, die ontslapen zijn. [21] Want dewijl de dood door een mens is, zo is ook de opstanding der doden door een Mens’.

Christus Triomfator

Gemeente, de tekstwoorden voor de eerste zondag na Pasen, vindt u opgetekend in de verzen 20 en 21 van 1 Korinthe 15.

Christus is overwinnaar van dood en graf

  1. De prikkel van de dood;
  2. De kracht van de zonde;
  3. De overwinning in Christus.

Gemeente, kerktelefoonluisteraars, jongens en meisjes, is het met de dood allemaal afgelopen en dan niets. De dood. Veel mensen zijn met die vraag snel klaar. Dat is mij gisteren bij het evangeliseren in Haarlem ook wel duidelijk geworden. Dood is dood. Het is een mening die heel oud is. Ook in de gemeente van Korinthe.

Sterven en dan. De apostel zet dan geen punt. Maar een groot uitroepteken. De dood is voor hen die in de Heere Jezus het leven hebben gevonden een deur van hoop. Niet sterven maar erven.

1. De prikkel van de dood

Maar nu Christus is opgewekt uit de doden. Gemeente, jonge vrienden, er waren in Korinthe destijds mensen die de lichamelijke opstanding van de doden loochenden. En dat is een verschrikkelijke zaak. Want het is de meest fundamentele zaak van de kerk. Daarop rust de zaak van de zaligheid. Daarom kan de apostel dit niet laten rusten.

Maar ook vandaag de dag zijn er theologen die de opstanding loochenen. Daarom is het goed dat we onze gedachten bepalen bij wat wat de apostel zegt. Kijk, als je de opstanding uit de doden ontkent, dan is de opstanding van Christus ook niet echt, dan is het geen Pasen.

Want de prediking is altijd de overwinnaar van de dood, Christus de Triomfator. De naam van de kerk waar we vanmorgen in zijn. De apostel heeft daar altijd bij bepaalt dat Christus is opgewekt uit de doden. Als dat niet zo is, dan zijn we geen gezanten van Christuswege maar van gezanten van de duivel. Dan is het geloof fantasie. Dat is dan alles maar inbeelding.

Dan zou ik in het geloof Christus niet omhelzen en is mijn schuld voor God niet betaald. Dan blijf ik altijd degene die ik ben zoals ik geboren ben. Dan blijf ik eeuwig onder de toorn van God en kom ik eeuwig om. Dan is mijn enige troost in leven en in sterven een fantasie. De ontkenning van de opstanding treft niet alleen de levenden maar ook de doden.

Zij die ontslapen zijn. Wat is dat een tere benaming. De wereld spreekt van doodgaan en euthanasie, dat is goede dood. Maar ik lees niet van euthanasie in de Bijbel.

Door de zonde is de dood in de wereld gekomen. God is een God van leven en niet van de dood. Ontslapen dat is een gezond iets. Slapen tot de morgen der verrijzenis. De apostel spreekt over hen die op Christus hebben leren vertrouwen als hun Borg en Middelaar. Maar als Christus niet is opgestaan uit de doden, waar zijn zij dan? Dan ontmoeten ze niet een verzoend God.

Dan hebben zij in dit leven tevergeefs geloofd, gebeden. Als dat waar zou zijn dat Christus niet is opgestaan uit de doden, dan zou God geen God meer zijn. Zou Christus dan tevergeefs gestorven zijn en geleden hebben? Zou de duivel het dan gewonnen hebben? Dan is er geen God en geen toekomst. Dan blijf het alleen maar over om te wanhopen.

Maar Christus is opgewekt. De ontslapen heiligen die juichen voor de troon van God in de schare die niemand tellen kan. Zij die hopen in dit leven, hopen niet voor niets. Christus is de Eersteling die uit de doden is opgestaan. Dit betekent niet dat Hij in volgorde de eerste was die opstond uit de doden. Lazarus was ook al uit de doden opgestaan.

Jonathan Edwards ziet dan ook Eersteling in verband staan met het desem dat het brood doortrekt. Daardoor wordt het brood heilig. Als de oogst rijp was, moest er eerst een schoof of bundel als een hefoffer aan de Heere worden opgedragen. Dan mocht er nog geen brood gegeten worden voordat dit offer gebracht was. Met verwijzing noemt de apostel de verwijzing naar Christus die als Eersteling is opgestaan.

Zijn offer aan het kruis is geheiligd door Zijn Vader. Door Hem zijn allen in Hem geheiligd. Psalm 118 vers 12: ‘[…] Och, dat men op deez’ eerstelingen
Een rijken oogst van voorspoed zag’.

En dan te bedenken dat Hij dit zong in de nacht dat Hij gevangen genomen werd. En het hallél zong. Dit is de poort daar zal het rechtvaardig volk door treden. Hij heeft Zich inderdaad als een schuldoffer gesteld. Het voorhangsel van het heilige der heiligen is van boven gescheurd. Hij is inderdaad de eerste van een volle oogst gesteld. Op de Paasmorgen staat Hij op uit het graf en treedt Hij de Zijnen tegemoet. Vanwege Zijn offer zijn zij voorgoed buiten het bereik van de dood gekomen.

Wat een wonder dat Hij de eerste is. Dan is er geen verdriet meer van degenen die we nu moeten missen. Dan is er geen treuren van hen die in Hem gevonden worden. Dan wordt ervaren dat Gods genade genoeg is, meer dan genoeg is.

2. De kracht van de zonde

De apostel jubelt het als het ware uit: het graf heeft het laatste woord niet. Maar als we dan op de feiten zien, lijkt het dan niet dat alles bij het oude is gebleven? Die doden in Oekraïne om maar iets te noemen. Al die begraafplaatsen. En die lege plaats in ons huis. Is er wel iets veranderd? Heerst die dood niet over de wereld? En dood, is dat niet een verschrikkelijk woord. Het herinnert aan de afval van Adam, de eerste mens. De dood, denk daar eens over na.

Het is het onherroepelijke einde van het leven op aarde. En wie heeft de schuld van dat alles? Het staat allemaal op naam van onszelf. De dood is niet een tragisch lot. Hij is binnengekomen door de voordeur van ons bestaan. En die dood hebben we wagenwijd opengezet. Dat er niemand op aarde leeft die vroeg of laat het van de dood moet verliezen. Vanaf Adam is de dood oppermachtig.

De dood is een bittere vijand. Die de tere band van liefde doorbreekt. Wat is al niet een levensgeluk door de dood afgebroken. Wie redt zijn ziel van het graf. Maar de dood hoort niet bij het leven. Zoals velen zeggen. Je wordt geboren en je gaat ook een keer dood. Maar dat is niet wat ik in Gods Woord leef. God schiep de mens niet om te sterven maar om te leven.

Dat God de mens de levensadem heeft ingeblazen om het er weer uit te laten gaan? De mens uit het stof om tot het stof te laten wederkeren. Het beeld van God te geven om het weer te verliezen. God is de God van het leven.

Voor de zondeval wisten Adam en Eva niet wat sterven was. Ze kenden de dood niet. God had wel gezegd: ten dage als u daarvan eet zult u de dood sterven. Maar de duivel zei: sterven?! Je zult leven, als God zijn. We legden de goede woorden van God naast ons neer. De zonden brengt de mens de doodsteek toe.

Paulus spreekt over angel, prikkel des doods. De zonden is het dodelijke vergif waaraan wij sterven. En toen was er geen houden meer aan. Door een mens is de dood in de wereld gekomen.

Sterven, wat is dat eigenlijk? Dat zie je op het kerkhof. Oude mensen, jonge mensen. Men vindt haar standplaats zelfs niet meer. Is dat niet aangrijpend. Jonge mensen. Je mag eten, studeren, verkering hebben, je kunt van iemand houden en iemand kan van jou houden. Bedenk dat je eenmaal moet sterven. En dan moet je antwoord hebben, mijn ziele doorziet u uw lot, hoe zult u rechtvaardig verschijnen voor God.

Zo heeft God ons geschapen met ziel en lichaam. Ze zijn aan elkaar verbonden. Ze verbinden samen wie je bent. Maar door de dood gescheiden. Wat God had samengevoegd, dat wordt met de dood gescheiden. Dat is niet het enige wat met het sterven gebeurt. Het is de mens eenmaal gezet te sterven en daarna het oordeel.

De wereld doet het door de dood als een oplossing te zien. Je wordt geboren en gaat een keer dood. De ongelovige mens maakt zichzelf wijs dat je na de dood als een sterretje aan de hemel staat te schijnen. En wie oordeelt je dan? God. Niet het oordeel van mensen. Niet wat mensen van je denken is bepalend. Het oordeel is van God de Almachtige, de Alwetende. Dat levensboek ligt voor de Heere open. Sterven brengt mij oog in oog met de God van hemel en aarde. Onvoorstelbaar. Alles wat je gedaan hebt in het licht wordt gesteld.

Daarom is het leven zo kostbaar. Dan moet ik weten wiens eigendom je bent. Als de opgestane Christus niet je eigen is, dan zul je horen ga weg van mij die de ongerechtigheid werkt. Maar dat hoeft niet zo te zijn.

In de volheid van de tijd heeft er een grote doorbraak plaatsgevonden in het rijk van de dood. De Mens, Christus. Nu worden ook allen die in Hem leven opgewekt. Voor hen richt de dood geen schade meer aan. Het leven gaat door, voor iedereen? Het gaat om hen die in Christus ontslapen zijn. Tegenover hen die alleen in dit leven op Christus zijn hopende.

Wie of wat zal in ons leven het laatste woord hebben: leven of dood? Op een dag wordt niet een ander maar ikzelf naar de dodenakker gebracht. Nu mag het Evangelie klinken dat de dood verslonden is tot overwinning. Christus heeft Zich laten binden door de dood. Door de Vader opgewekt. Daardoor jaagt de dood geen angst meer aan.

3. De overwinning in Christus

Gemeente, jonge vrienden, kerktelefoonluisteraars, de Heere heeft nou uit ondoorgrondelijke zondaarsliefde redenen uit Zichzelf genomen. Daarvoor heeft Hij Zijn Zoon naar deze wereld gezonden. Mij is gegeven alle macht in de hemel en op aarde. De straf van de zonden heeft Hij gedragen. Dat Hij in grote droefheid heeft uitgeroepen: mijn ziel is geheel bedroeft tot de dood toe. Christus heeft ondergaan wat Adam veroorzaakt heeft.

Christus moest de eeuwige dood sterven. Dat heeft Hem doen kruipen. De leeuw uit Juda’s stam. Dat heeft Hem de dood doen overwinnen. Triomfantelijk uit de het graf gekomen. Voor wie is Hij uit de dood opgestaan? Die Zijn naam liefhebben. Voor hen is Hij uit de dood verrezen. We zullen allen in de dood van Adam sterven, maar in Hem leven.

Het lichaam zal er anders uitzien. Niet meer zwak maar sterk. Geheel verheerlijkt. Gelijk Zijn aan Christus verheerlijkt lichaam. Als je wilt weten wat het is, jonge vrienden, dan moet je op Christus zien. Christus na Zijn opstanding. Hij was niet meer aan een plaats verbonden. Zoals Christus in Zijn opstanding is, zo zullen zij Hem in alles gelijk zijn. Het sterfelijke zal onsterfelijkheid aandoen. Zoals we het beeld van de eerste Adam dragen, zullen wij ook het tweede beeld van Adam, Christus, dragen.

En wie zullen dat meemaken? Die dan nog leven zullen dat ook meemaken? In een punt des tijds veranderd worden. Ze zullen hetzelfde meemaken. Zij die jaren geleden en ook eeuwen geleden gestorven zijn.

Ook zij die op de bodem van de zee liggen. De zee gaf haar doden weer. En ook de as zal tot God wederkeren. Dat is wel tot grote desillusie van hen die zich tot as laten cremeren en denken dat God niets meer met hen kan doen.

Heeft de opstanding dan betekenis in ons dagelijks leven? Absoluut, het is tot grote troost. Jonge vrienden, we worden allemaal ouder. De lichamen van de gestorvenen slapen tot de opstanding. De ongelovigen zullen sterven. Ik geloof de opstanding der doden. Geloven doe je doordat de opgestane Christus het leven geeft. Hoe doet Christus dat? Door Zijn Heilige Geest. Hij maakt al Zijn weldaden deelachtig.

Door de prediking dat Christus is opgestaan en leeft. En daardoor kan ik voor God bestaan. En krijgt Christus heerlijkheid. Jonge vrienden, waarschuwen, als je denkt dat het zo’n vaart niet loopt, dan loopt het verkeerd af. Christus wordt verkondigd dat je Hem in geloof zult omhelzen. De Triomfator over dood en graf. Christus heb je nodig. In Hem is je leven gegarandeerd. Je kunt niet neutraal blijven. Morgen is er weer een dag. Je gaat door eigen schuld verloren terwijl er leven was. God, vergeef mij mijn schuld, vermeerder mij het geloof.

Met de Catechismus. Het geloof dat Christus mij dierbaar is. Al Gods weldaden geschonken heeft. Christus is de poort des Heeren, daar zal het rechtvaardig volk door treden.

Amen.

 

Zondag 24 april 2022 – Triumfatorkerk Herstelde Hervormde Gemeente Katwijk – kand. W. Korving – Schriftlezing 1 Korinthe 15 vers 12-26