Pinksteren waar de Heilige Geest werd uitgestort is onderdeel van de heilsgeschiedenis en zo ook de bediening van de profeet Ezechiël honderden jaren daarvoor. Gods belooft Zijn Geest, het werk in de harten van zondaren die zo opnieuw geboren worden. God staat ervoor in: Ik zal een nieuw hart geven.

Een nieuw hart

Geliefde gemeente van Christus,

Het verjaardagsfeest van Gods kerk: Pinksteren. God zorgt voor Zijn kinderen op aarde. Ik wil drie namen noemen uit de geschiedenis van God met deze wereld. Drie mannen.

De eerste: Joël. U herinnert zich: hij sprak die belofte uit die Petrus in zijn pinksterpreek gebruikt. Over God die Zijn Geest uitstort over alle vlees. Joël ziet het gebeuren. De woorden worden waarheid. Joël leefde er eeuwen voor. Voor de ballingschap. Hij moest wel de oproep tot bekering doen..

Dan is daar dus Petrus. Een volgeling van Jezus geworden. Hij is bekeerd. Hij is de woorden van Joël niet vergeten. Lees zijn reactie maar. Het gaat ook over bekering. De tweede naam.

En dan de derde: Ezechiël. Een priester-profeet. Midden in de ballingschap. Hij mag getuigen van Gods Geest.

Pinksteren. Drie namen dus uit Gods heilsgeschiedenis. Voor Gods volk en tot ons persoonlijk hart. Ik neem het stap voor stap met u door.

Eerst iets over Ezechiël. We wisten niet veel van Joël. Over Ezechiël weten we wel veel van. Moge God sterk maken, dat betekent zijn naam. Dat had hij nodig. In de ballingschap. In Babylonië. Hij verblijft aan een zijrivier van de Eufraat. Ongeveer de zesde eeuw voor Christus. Ezechiël zat er midden in – wat Joël zag aankomen. Jeremia is een andere profeet uit die tijd. Die was achtergebleven in Jeruzalem.

Deze profeten hebben een opdracht om het volk eerst en vooral te wijzen op hun zonden. Hoe slecht het volk omgaat met de Verbondsgod. In Ezechiël 8, ik moest denken aan een drone met een camera. Hij zit in ballingschap. Maar hij gaat in gedachten naar Jeruzalem. In detail wordt het beschreven. De camera wordt scherpgesteld. Wat er in Jeruzalem, ja in de tempel gebeurt. Wat een drama. Jeruzalem moet nog vernietigd worden.

Moeten we moedeloos worden? Hoe gaat God met Zijn volk om? Is er hoop? We komen bij Ezechiël 36. Dit is een Pinksterboodschap. God laat nooit los.

Het eerst wat me opvalt is: de reiniging van zonden. Dat heeft met de Geest te maken. Het gaat over de onreinheden en en stinkgoden. Dat was aan de buitenkant te zien. Wereldgelijkvormig. Kan men nu aan je zien dat je christen bent?

Het gaat om de binnenkant. In het volgende vers gaat het over het hart. De binnenkant. Wat er aan de buitenkant te zien is, heeft te maken met hoe het van binnen gesteld is. Waar de vuiligheid begint, bedorven. De mens kiest ervoor dat te behouden. De brede weg volgen. De weg is soms kronkelig. De kwade weg: ja dat kan ik zien. De mens kiest en koestert het kwade. Afgoden in joodse en Babylonische huizen. En in de tempel in Jeruzalem. Maar ten diepste zit het in de mens zelf. Als een besmetting werkt het uit. Een bacterie. Van de binnenkant naar de buitenkant.

God laat het er niet bij zitten. Het gaat God verschrikkelijk aan het hart. Is er dan nog hoop? Ja! Niet omdat het volk dat heeft verdiend. Vers 22: zo zegt de HEERE Heere, Ik doe het niet om u, maar om Mijn heiligen Naam. Het volk is overal terechtgekomen, in diaspora. Dit is geen egoïsme van God, maar liefde. Vanwege Zijn Naam. Zijn Naam komt in een kwaad daglicht te staan. De mensen zullen zien dat Hij een goede God is. Anders gaat er een verkeerde geur de wereld in. Onverdiend spaart Hij zijn volk. Het gaat Hem diep aan het hart.

De volken lachen. Het volk Israël is in ballingschap geraakt. Die God van Israël, daar heb je niks aan?! Ze krijgen een verkeerd beeld van God. Maar God houdt Zijn Woord. Wat doet Hij? Vers 25. Ik zal rein water op u sprenkelen. Ik zal u reinigen van uw stinkgoden.

De priester Ezechiël is bekend met de reinigingsrituelen. Besprenkelen met water. De doop. Gods Geest is aan het werk. Het heeft te maken met de binnenkant. Het is Gods lieve wens. God is goed. Daarom doet Hij dat. In Efeze 5 zegt Paulus: de Heere heeft de gemeente liefgehad en daarom gereinigd door het waterbad. Opdat – en dan komt weer die eer tevoorschijn – Hij haar voor Zich zou plaatsen. Heilig en smetteloos.

Hier gebeurt dat. Hier wordt die profetie van Ezechiël duidelijk. Het gaat niet om u, maar om de eer van Mijn Naam.

2.

Een nieuw hart. Wat gebeurt er dan? Ik zal u een nieuw hart en een nieuwe geest geven. Iets bijzonders!

Ik probeer het uit te leggen aan de hand van twee hartjes. Een hart van steen: ongevoelig, blinkt, koppig, zal niet buigen, ongevoelig voor zonden en fouten in het eigen leven, buigt niet voor een reddende God. Het is een dood hart. Het symboliseert de dood. Het stopt. God neemt dat weg. Hij vervangt dat door een hart van vlees. Paulus heeft het over vlees en geest. Paulus bedoelt het zondige wat in de mens leeft. Hier staat vlees tegenover steen, zacht tegenover hard. Een gevoelig, levend, schoon, opgeschoond hart. Gevoelig voor wat God te zeggen heeft. Aanvoelen wat Jezus voelde toen Hij voor ons stierf. God belooft zo’n hart aan Zijn kinderen. God kan dan vervolgstappen zetten: noem dat heiliging.

3.

Een getransformeerd leven. Dat je verandert. Een ander hart. De binnenkant wordt steeds meer zichtbaar aan de buitenkant. Pinksteren wordt zichtbaar. Wat weten we over die zichtbaarheid?

Een getransformeerd leven. In vers 27 staat het zo: Ik zal Mijn Geest in uw binnenste geven. Dat U mijn bepalingen in acht neemt. Door de werking van de Geest komt er verandering. Er komt een verlangen om de Heere te dienen. Kan je het voorstellen als je in de spiegel kijkt van je leven? Paulus zegt: naar de innerlijke mens verheug ik mij in de wet van God. Innerlijke mens. De drijfveer. Je binnenste. Geheiligd, getransformeerd.

De Geest laat je ontdekken wat er mis is. Vers 31: u zult u slechte wegen en daden herinneren. U zult walgen van uzelf. Dat nieuwe, gereinigde hart. Je kijkt om naar je leven: dit was niet goed, dat was niet goed. Dan is de Geest aan de slag in je leven. Er zijn momenten dat je je kunt schamen. Walgen van jezelf. Je voelt aan: het zachte hart van de Heere heeft pijn geleden vanwege onze zonden.

God heeft een hekel aan misstappen, zeker. Hij doet er ook alles aan om het volk te redden. Reiniging, vernieuwing, volgzaamheid.

4.

Maar ja, wat nu, vanuit deze oude, maar actuele profeet Ezechiël; ik stap naar de derde naam. Petrus. Hij mag laten zien wat hij heeft ontdekt. Petrus ziet het voor zich gebeuren. Hij weet van die ballingschap. Perzië, Babylonië, Egypte. Hij ziet ze naar Jeruzalem toekomen. Precies daar gebeurt het. Ze horen in hun eigen taal van de grote werken van God spreken. Genadewoorden. Dat er verlossing is in Jezus. Petrus kan er niet meer van zwijgen.

Hij reflecteert op Joël. God heeft het belooft. Hier is het. De toekomst wacht. Hoe zal die boodschap de wereld ingaan? Ook tot hier in Reeuwijk! De Geest was ervoor nodig. Ezechiël mocht daar al iets van vertellen. Verandering was nodig. Bij Ezra en Nehemia zie je dat al een beetje gebeuren. Het volk komt tot bekering. Ze komen tot God.

Door Jezus’ werk zien we dat het een wereldwijde boodschap geworden. Euforie. Het gaat aan op de voltooiing. Wat gebeurt er dan aan het einde van Petrus’ preek? Waar hebben we het over na de dienst? Wat doet deze gemeente? Handelingen 2:37: ze werden diep in het hart geraakt. Wat moeten wij doen, mannenbroeders? Dit is geen vage vraag. Niet: heb je een leuk idee voor vanmiddag. Nee. Een diepe vraag. Hier spreekt verlangen uit. Door Gods Geest. Die brengt verlangen. Is het uw verlangen geworden? Is het ook uw verlangen geworden om zo geraakt te zijn? Dat u meer wilt hebben van dat schone leven, een rein hart?

Die mensen daar hebben dat geproefd. Petrus weet ervan wat er dan moet gebeuren. Jezus is Zijn Redder en Messias geworden. Petrus kan zijn mond niet houden. Hij weet precies wat er moet gebeuren. Bekeert u! Zie uw leven. Geef de Geest de ruimte u te laten zien hoe uw leven is. En dat het zichtbaar wordt dat Jezus uw verlosser is geworden. Sta op in een nieuw leven: besprenkeld, gereinigd. Wie zijn dat dan? Voor u en uw kinderen en allen die veraf zijn. Voor zovelen als God ertoe roepen zal. Zo zitten wij hier. Toch? Dan klinkt die profetische belofte van de Geest. De Geest zal vergezellen. In een beloofd land. In een wereld die Hem nog niet kent. In de verwachting van een toekomst. Alles wordt nieuw. Wat een toekomst zal dat zijn.

Ik ga naar de afsluiting. Het is vandaag Pinksteren. We horen God aan het werk. Hij reinigt en transformeert omwille van Zijn Naam. We kunnen niet zonder. Echt niet. We struikelen zo makkelijk. De belofte staat. Voor u en uw kinderen. Heeft u die roep in uw leven gehoord? U mag de uitdaging aangaan daaruit te leven. Dat mensen dat mogen zien en God de eer brengen. Hoort u die roep voor het eerst? U zit hier heel vaak. Maar komt die roep binnen? Hij vraagt antwoord om Hem te volgen. Je kunt die roep toch niet naast je neer leggen? Waar ben je zonder Hem? Je hoeft er niet voor te betalen. Het is gratis.

Het is Pinksteren vandaag. De HEERE wil een spiegel voorhouden. Om u te leiden en te onderwijzen. U in herinnering brengen wat Hij heeft gezegd. Wandel in Zijn licht. Doe Uw Geest over ons lichten. Reinig ons. Vernieuw ons. Verander ons. Leid Uw volk naar Uw beloofde land, toekomst. Maak alles nieuw.

Amen.

D’ algoede God zij ons genadig,
En zegen’ ons met overvloed;
Hij doe Zijn aangezicht gestadig
Ons lichten, en Hij zij ons goed;
Opdat elk genegen
Zich aan Uwe wegen
Op deez’ aarde wenn’;
En de blinde heiden,
Nu van God gescheiden,
Eens Uw heil erkenn’.

De volken zullen U belijden,
God, U loven al te zaâm.
De landen zullen zich verblijden,
En juichen over Uwen naam.
Volken zult Gij rechten,
Hunne zaak beslechten,
In rechtmatigheid;
Volken op deez’ aarde,
Die Uw arm vergaarde,
Die Gij veilig leidt.

– Psalm 67 vers 1 en 2 (berijming 1773)

Hervormde Gemeente Reeuwijk, Ichthuskerk, zondag 19 mei 2024, 9.30 uur (Eerste Pinksterdag). Schriftlezing Ezechiël 36: 22-32 , Handelingen 2: 1-11 en 37-40.