Jezus geneest de verlamde man te Bethesda. Hij ziet naar die man om, die naar eigen zeggen geen mens heeft. Jezus trekt zich de ellendigheid van Bethesda aan. Dat is het evangelie. Hij roept de man – en ons – op te staan uit ons oude leven. Jezus kwam naar ellendige toe; Hij ging tussen hen in. En voor Hem was er echt niemand. Daarom kan en wil Hij er voor elk mens zijn.

De preek gaat over de verlamde. Ik onderstreep vooral vers 6 – 8.

Gemeente van Jezus Christus, dat is wel buitengewoon triest, wat die zieke man zegt tegen Jezus. Wil je gezond worden? Het eerste wat hij zegt: ik heb geen mens. Altijd is iemand mij te snel af. Dat is niet alleen sneu. 38 jaar liggen bij een wonderbron. Het is duidelijk dat jij met die benen nooit een kans maakt. Jaar in en jaar uit ligt hij daar. Sneu. Ja, ja, ja.

Maar als Jezus die aanspreekt en hij dat zegt, denk je: dat is intens triest. Ik heb niemand. Niemand die me ziet zitten. Zo hoort het niet. Mensen hebben mensen nodig. Mensen kan je nooit korten in aandacht, zeker als ze ziek zijn. Ik heb niemand.

Ik weet niet of u iemand kent die dat hardop zegt. Zelden. Je zult zelden een appje daarmee afsluiten. We houden ons vaak in. We doen vaak wanhopig mee met sociale media, dan dat we dit zouden zeggen. Bang voor hulpverleners. In Delfshaven, toen ik nog in charge was, mailden jonge mensen me nog al eens: bewaar me voor die apathische ouderlingen en diakenen. Ouderen zeggen het misschien wel. Hier komt nooit iemand. In de vakantie ook. Vroeger kreeg je nog wel eens een ansichtkaart, maar dat doet niemand meer.

Ik moest denken aan een man die ik op weg tegen kwam op weg naar de kerkenraad. Ik was laat. Die man stond te huilen. Kwam naar mij toe natuurlijk. Toen hij mij zag, toen maakte ik zo’n gebaar – zo deed ik. Dat gebaar raakte hem. Ach meneer, hij was heel emotioneel. Ik heb echt niemand. Dat gebaar van u vind ik het allerergst. Dan ga je toch luisteren. Ze zoeken het maar uit in die kerkenraad, denk je dan.

In coronatijd vonden jongeren het moeilijk. En een vrouw van 30, die zei: er komt eigenlijk nooit iemand uit zichzelf. Zeker niet als je een pijnverhaal hebt of psychoverhaal.

Nu is deze man al lang ziek. 38 jaar ziek. Dat was een compleet mensenleven. Zoals dat gaat, niemand heeft aandacht meer voor je. Jij staat op de rolstoel lijst. Van deur tot deur voorziening. Na verloop van tijd verlies je de leuke contacten. Ook als je gaat somberen en verzuren, dan komt er zeker niemand meer.

Herken je dit? Ik heb geen mens. Jezus treft deze man aan in Bethesda. Dat moet een soort vijver geweest zijn in de buurt van de oude schaapskooi. Een badwater. Een kuuroord. En zoals dat dan gaat, in de verhalen, zo nu en dan, vaak onverwacht, spoot een bron water omhoog. Als je er snel bij was, was je genezen. Sommigen zeiden: dat is een engel van God. Anderen zeiden: je moet de eerste zijn. De verhalen namen toe. Zo’n Lourdes-vijver. Een hoog anekdotisch gehalte. Vers 4 staat in vertalingen vaak tussen haakjes. Of in voetnoten. Iedereen voelt aan: dit zijn verhalen. Die mensen die daar liggen, vertellen dat. Een soort volksgeloof. Moet je nooit van af doen. Je zult maar ziek zijn of een ziek kind hebben. Als het in het gewone circuit niet lukt; mensen die tegen beter weten hun hoop stellen op medicijn. Je zult maar ziek zijn. Je kijkt verder en dan. Nou, ja, je geloof ben je dan toch bijna kwijt? Daarom niet minzaam over doen.

Zoals het dan gaat, was het een hangplek geworden. Voor hopeloze typen. Langdurig zieken: blinden, misvormden, lammen. In de oude Statenvertaling: verschrompelden, verdorden. Armen en benen, sloeg dat op. Gevolgen van een hersenbloeding. Ja maar misschien dacht ik, sloeg dat verdorren op iemands binnenpersoon. Hoor je bij de uitvallers, dan ziet op een gegeven moment niemand je meer zitten. Lamlendig, apathisch. Je vlucht in je ziekte. Je hangt voor de tv. Genezing denk je niet meer aan. Aan God ook niet, trouwens.

Wil je gezond worden? Gezond?! Opletten bij dat woord. Gezond zijn en voelen. Kijk, dat gaat het om balans in mens-zijn. Het is meer dan koortsvrij. Dan ben je weer helemaal mens. Je hebt mensen die zeggen: ik ben heel gezond, al heb ik MS.

Wil je gezond worden? Daar lijkt die man niet meer aan te denken. Mogelijk had hij die ziekte aan zichzelf te danken. Ik zeg dat voorzichtig. Door bepaald gedrag bijvoorbeeld. Doelt Jezus daarop met die laatste opmerking? Zondig nou niet meer. Wat heeft hij op z’n geweten? Een alcoholist die tegen een boom aangeknald is? Verdrongen of gecultiveerd?

Er moet veel aan hem geheeld worden. Heel die man. Verdord aan alle kanten. Hij is de bron van het leven kwijt.

Zoals Jezus hem aantreft, achter die oude schaapskooi, bij die gezondheidsvijver. Daar is een plek. Vijf open zuilen. Een gallerij. Mooi dak er boven. Als het regende, zat je er droog. Nou ja, wel de wind er door heen. Een hangplek voor miserabelen. Bethesda: een huis van barmhartigheid. In Rotterdam zeggen ze: Perron Nul. Deze naam is bedacht door een christelijke wethouder. Slaapboot, zuilengang, omzien naar elkaar, natuurlijk, we noemen het Bethesda.

Als men dacht dat er wat gebeurde; je kon geen nummertje halen. Ieder voor zich. Misschien juist in onze ellende. Nou, dat is Bethesda dus. Snap je?

Wie loopt daar nu naar binnen? Dat is de Heere Jezus. Eigenlijk hoef je al niet verder te luisteren. Dit is het evangelie. Het is Sabbath. Het is feest van Pascha. Feest van opstaan uit verslaving, verdoving. Jezus op weg naar de tempel. Vreugde van Zijn huis.

Dan slaat Hij af bij die schaapspoort. Bij die troosteloze typen. Jezus is echt anders. Hij gaat daar spontaan naar binnen. Mengt zich tussen die mensen die daar hangen, bedelen, liggen. Die mensen hebben van de sabbath geen enkele idee waarschijnlijk. Hij laat die troosteloze toestand aan Zichzelf toe. We noemen dat exposure tegenwoordig. Stel je er bloot aan, aan die ellendigheid. Misschien vind je dat moeilijk. Als je in het verpleeghuis komt. Ga er eens een hele dag naar toe. Stel je er eens bloot aan. Loop er niet voor weg. Vijf minuten voor het journaal van 18 uur heb je reclames over zielige mensen. Kan dat niet korter? Nee. Je moet het toelaten. Durf je dat? Doe je dat?

Jezus gaat er naar binnen. Hij laat het aan Zichzelf toe. Ja. Op de sabbath. Voor Jezus hoort dat bij elkaar: eren van God, Sabbath, compassie met mensen, lofprijzing, dienst aan mensen. Dat hoort bij elkaar. Dat leer je uit dit zinnetje hier.

Jezus ziet deze man liggen. Wil je gezond worden? Ach meneer. Ik heb geen mensen. Wat een trieste toestand. Wat een sukkel. Geloof jij dat verhaal dan? Kijk, naar een figuur, zo triest. Kijk nou, de Heere Jezus kijkt nou juist deze man aan. Juist deze man.

En opvallend, Jezus praat niet lang met hem. Soms best lang, Nicodemus bijvoorbeeld. Hier heel kort. Jezus zegt meteen ‘sta op’. Meteen! Pak je mat en ga lopen. Hij staat op. En we gebeurt een wonder. Meteen werd de man gezond. Raapte zijn matje op. Triomfantelijk boven zijn hoofd. Als symbool wat God kan. Dat matras: dat is zijn verleden. Hij gaat een nieuw leven beginnen. Dit is heel mooi.

Gooi dat oude leven weg. Begin met een nieuwe mat. Een ander fundament. Dat is het evangelie. Hoe lang lig je al op het matje televisie te kijken?

Duidelijk. Dit moet op ieder grote indruk gemaakt hebben. God laat Zich dichtbij zien. In Jezus. In het teken van die man. Zo dichtbij is de Heere God.

Misschien zeg je, mooi van die man, maar het is er maar eentje. Al die anderen dan? Is dat barmhartig dan? Compassie met eentje. En die anderen dan? Ja. Nou ja. Ik denk dat ik die vraag wel begrijp. Deze evangelist misschien ook wel. Het is opvallend hoe weinig Johannes genezingen verteld. Goed geteld maar drie genezingen. Niet veel hè! Menig pinksterevangelist vertelt er op een avond meer. Volgens Johannes doet Jezus er maar een paar.

Waarom zo weinig? Daar moeten we nog even over nadenken. Waarom zo weinig? Dat hoort nu bij Jezus verleden, las ik. Jezus is een lijdende Messias. Het gaat Hem meer om gezond dan om genezen. Soms bidt een heel dorp voor iemand. Of een stad – zoals paar jaar geleden bij de burgemeester van Amsterdam. Of de hele wereld voor een jongetje dat in een put is gevallen is.

Bij het kruis komt er ook geen legioen engelen te hulp. Jezus gaat diep in onze angst, wanhoop, schuld, verlorenheid. Hij gaat daar heel diep in. Jezus. Ik weet het, de andere evangelisten vertellen ons meer genezingen. Dat is hoopvol. Blijf bidden! Maar focus niet teveel op genezing. Focus meer op gezond.

Jezus geneest er hier maar een. Die anderen kunnen er wel van opknappen. In Lourdes worden er niet veel genezen, maar ze knappen wel op, hoor ik wel eens. Jezus staat daar tussen vergeten mensen. En nog even dan hangt Hij tussen deze mensen. Blinden, lammen, verdorden. We zijn niet alleen. Jezus zag die man. Kende die man. Jezus wist: 38 jaar ziek. Een heel mensenleven. 38 is het getal van de beproeving. Dat is bijna 40. 40 is het getal van de beproeving; de reis door de woestijn. Die reis had in 2 jaar gekund. Maar dat ging fout en God deed er 38 jaar bij. Omwegen in het leven zijn vaak gevolg van verkeerde keuzes. Mijn vrouw zegt: ieder heeft recht op zijn omwegen.

Geldt dat ook voor deze man? Ja, dan raakt het dat Jezus deze man ziet liggen. Ik heb geen mens. Sta toch op man. Kan jou schelen man! Sta toch op. En ja, dan staat hij op. Iedereen begreep: dit is de Koning van God. Dit is de Messias. Hier is Jezus in Zijn element. Mooi als wij dat als kerk ook zijn. In een wereld vol trauma’s en tranen. Dit is een signaal dat wij nooit hopeloos zijn. Jezus kent ons verhaal. Foute keuzes, onverhoorde gebeden, twijfels. Jezus zegt: ga staan.

Jezus zegt dat niet zomaar. (Even kijken hoe laat het is … Oke…) De diepste weg is Jezus zelf gegaan. Van verlating en eenzaamheid. Niemand was bij Hem. Mij ziet niemand hangen. Nee. Mijn God, Mijn God… Maar God wekte Hem op. Pasen. Dat is een straal licht achter een donkere deur. Genoeg om elke morgen wakker te worden. Sta op. Pak op wat je op moet pakken. Ga lopen.

Na dit woord, gemeente van Jezus, laat dit vandaag eens diep in ons doordringen. Het gaat soms in het leven ook ontzettend diep. Je huilt wat af. Sta op is het verlossende woord. Je hebt wel iemand. Zo waar de Heer voor ons staat. Hij ontfermde zich. Gaf hem een kans. Zondig niet meer. Dat is niet zo: Ik waarschuw je nog een keer en dan … Nee. Dat gaat niet. Voordat ik op mijn werk ben, ben ik alweer gezakt. Nee. We zijn aan een nieuwe mat begonnen. Laat God toe. Niet alleen je benen, maar je hele leven. Opstaan. Wandelen. In het licht van de Heer.

Laten we dit woord meenemen vanmiddag en laat ieder zijn eigen toepassing maken. Persoonlijk en als kerk. Laat niemand zeggen: ik heb niemand. Hier is Iemand.

Dank U, Heer Jezus. Lof zij U Christus, in eeuwigheid.

Amen.

Protestantse Gemeente Gouda, St. Janskerk, zondag 30 juli 2023, 17 uur. Schriftlezing Johannes 5:1-18. Dankgebed: avondgebed van Luther.