Paulus schrijft aan de gemeente te Korinthe dat zij Gods bouwwerk (tempel) zijn. Christus is het fundament van de kerk, eenmaal gelegd. Voorgangers en ambtsdragers dienen op dat fundament verder te bouwen. Jezus Christus en die gekruisigd. God zal ook daarover oordelen – en belonen wie met ijver zich heeft ingezet.

Gods bouwwerk bent u

Gemeente van Christus, in het vorige hoofdstuk beschrijft de apostel hoeveel de gemeente heeft ontvangen. Wat het oog niet heeft gezien, wat in geen mensenhart is opgekomen, heeft God bestemd voor wie Hem liefheeft. De gemeente van Korinthe. Paulus twijfelt er niet aan dat de Geest er werkzaam is.

Toch: jullie zijn vleselijk. Het is Pinksteren geworden, maar veel is er nog niet te zien. Paulus verweert zich. Men zei dat hij een zwakkeling was. Hij kon geen hoger geestelijk voedsel geven, zei men. Gelukkig zijn Apollos en Cefas er nog. Paulus hoort dat.

Ik zat er even over na te denken, een heftig verwijt. De manier waarop je preekt: als mensen je daarop aanspreken. De boodschap is verweven met hoe je zelf gelooft.

Paulus voelt zich genoodzaakt zich te verdedigen. Hij geeft ze gelijk. Ik heb jullie geen vast voedsel gegeven, inderdaad. Maar melk. Jullie moeten met het eenvoudigste en noodzakelijkste genoegen nemen. Jullie moeten nadenken waarom ik dat gedaan heb. Omdat zij niet meer konden verdragen. Ze waren vreselijke zwakkelingen. Ze krijgen melk. Geen vast voedsel. Paulus schrijft het grimmig op.

Ook heftig als je dat verwijt bent. Hoe zit dat: je bent nog vleselijk? Maar je bent gedoopt, de Geest ontvangen. Ze konden zich beroepen op een menigte van gaven. Wij zouden zeggen: een bruisende, levendige gemeente. Maar in dat vele zijn ze het zicht op het meest fundamentele kwijtgeraakt. En dat heb ik willen geven, zegt Paulus.

Zuigelingen hebben melk nodig. Zonder melk zijn ze in levensgevaar. Het zou waanzin zijn om gebakken aardappelen of een gehaktbal te geven. Als een moeder met haar baby, geeft Paulus het enige nodige.

Wat is er zo noodzakelijk? Dat lijkt me ook voor ons een belangrijke vraag. Wij zijn de gemeente van Korinthe niet en leven niet zo met de gaven als daar. Wat is het meest elementaire, noodzakelijke?

Wel, zegt de apostel, en dan verspringt het beeld: het meest wezenlijke is het fundament. Het fundament waarop zij gebouwd is. Het grondpatroon. Geen set standpunten. Maar een persoon. De Persoon (vers 11). Niemand kan een ander fundament leggen dan gelegd is. Hij is het meest fundamentele wat de gemeente nodig heeft.

Over de betekenis van Christus heeft Paulus al prachtige dingen gezegd. In Hem is u genade geschonken. In Hem verlost en heilig. Het kruis van Christus speelt een grote rol. Ik wilde geen ander evangelie brengen dan Jezus Christus en die gekruisigd. Paulus zegt elders (zie aanvangstekst) dat de kerk gebouwd is op het getuigenis van apostelen en profeten. Dat is hetzelfde.

Ik heb jullie melk gegeven en geen vast voedsel. Dat gaat over Jezus Christus. Als hart de verkondiging van het kruis. Veel kerken hebben een kruisvorm. Als je hier elke zondag zit heb je dat niet zo door. Maar van bovenaf zie je dat. Het helpt je focussen op het kruis.

In 1 Korinthe 3 gaat over inzet: bouwen, hoe dat het beste kan. Heel snel neem je het fundament voor lief. Dat ligt er nu eenmaal…?! Dat is bij de kerk anders. De persoon is Christus. Heel fundamenteel. We raken nooit aan Hem voorbij. Hij kwam naar jou toe. Hij daalde af. Vergeven, vernieuwen. Steeds moeten we dat horen van deze preekstoel: Jezus Christus is het fundament.

En daarop verrijst een bouwwerk. Een tempel. Een gebouw in wording. Toen ik op 13 juni 1990 intrede deed in Zalk/Veecaten met Efeze 2 met een verkeersbord: werk in uitvoering. De kerk was na een renovatie weer heropend. De kerk is werk in uitvoering, dat past bij Paulus’ brieven. Het fundament is voorgoed gelegd. Aan het bouwwerk wordt gewerkt. Dat doen Paulus, Apollos, Cefas.

Er wordt alleen wel heel verschillend gebouwd, zegt de apostel. Vers 12. Verschillende materialen: duur en duurzaam. En ook over hout, hooi en stro. Dat klinkt niet logisch; wie gaat er bouwen met goud en edelstenen? Het is een beeld. Er zijn globaal twee manieren om de tekst uit te leggen.

  1. Paulus heeft het over de inhoud van de verkondiging. Werken op een manier die past bij het fundament. Jezus Christus de gekruisigde: het fundament. Prediking, pastoraat, catechisatie. Goede materialen dus.
  2. Een tweede manier om dit uit te leggen: de manier waarop iemand werk. Trouw, deskundig, zorgvuldig.

Ik zat daarover te peinzen. Je hoeft volgens mij helemaal niet te kiezen. Als je niet duurzaam materiaal gebruikt, wordt er niet gebouwd zoals God zou verwachten. God oordeelt daarover. Ik vind dat heftig om te lezen. Gods oordeel als vuur. Het maakt uit met welke materialen is gebouwd. Goud en edelstenen blijven bestaan, maar hout en hooi zullen vergaan.

Paulus heeft het over verkondigers. Na hen kwamen evangelisten, leraars, ouderlingen. Sommige doen dat met grote toewijding, gericht op Christus. Anderen zijn bezig de gemeente te gronde te richten. Ze brengen geen evangelie. Ik vind dit voor dominees best een schokkende tekst. Als ik denk hoe ik dominee ben geweest; dan hoop ik dat ik goed gebouwd heb. Zeker, ik heb me met hart en ziel ingezet. Er zullen ook wel preken zijn die het hemelse oordeel niet kunnen doorstaan. Er is veel dat anders en beter had gekund.

Ik moet denken aan de roman Gilead van Robinson. De hoofdpersoon, een predikant, schrijft brieven aan zijn kleinzoon. Op de zolder dozen met preken. Het staat er zo: ‘Ik ben zielenherder geweest van honderden mensen. Ik hoop dat ik tegen hen gesproken heb en niet alleen tegen mezelf. Ik word nog wel eens wakker en denk ik: dát had ik moeten zeggen… Maar die mensen zijn niet meer ons ons.’ Soms deed je inderdaad verkeerde dingen tegen mensen die er niet meer zijn.

Hoe bouwen wij, als voorgangers? Maar ook als ambtsdragers, leidinggevenden. En uiteindelijk komen we allemaal in beeld. We zijn medeverantwoordelijk voor het bouwwerk. De lofprijzing gaande houden. Praktisch meeleven met mensen in nood.

Eenmaal wordt ons werk geoordeeld. Jouw werk doet ertoe! We moeten alles verantwoorden. Misschien vind je dat een aparte gedachte. Het enige wat belangrijk is, is toch of je gelooft?! Dan gaat het vuur toch voorbij. Ja, dat is zo. En nee, dat is niet zo. Vers 15: het werk zal schade lijden, maar hij zal behouden blijven. Een onderscheid tussen onszelf en mijn werk. Je bent niet onlosmakelijk met je werk verbonden. Je valt als mens niet samen met je daden. Als je niet geslaagd bent voor je examen, dat raakt je ook als persoon. Je bent er ondersteboven van, somber worden. Maar gelukkig: je bent meer dan een negatieve uitslag. Een mislukking maar geen mislukkeling.

Onze werken zullen ons niet behouden, nee. Dat is gezekerd in het fundament. Wel een narrow escape. Als alles in het werk verbrand, zal God ons niet extra belonen. Je nam het nooit echt serieus? Of zal God ons belonen. Al wat gedaan werd uit liefde tot Jezus, houdt zijn waarde.

Gods bouwwerk bent u. Het woord tempel wordt gebruikt. Weet u niet dat u Gods tempel bent?! In u, in uw midden. De tempel: de plaats waar God wilde wonen. Ze komen nu samen in een woonkamer. Vroeger in de tempel. Maar: al heb je geen tempel meer, als gemeente ben je een tempel. Heb je zo al eens naar de gemeente gekeken? God wil hier met ons verkeren. Hij wil hier Thuis zijn. Hij ontmoet ons hier aan Zijn tafel. Bij Hem op audiëntie: zingen, bidden, danken.

Er was van alles mis. Maar toch noemt Paulus hen een tempel. Laat ons zo naar de St. Jansgemeente kijken. God wil ons hier ontmoeten. U bent Gods bouwwerk. Wij zijn werk in uitvoering. Het werk gaat door. Zo God het geeft, vandaag en morgen. Tot de dag waarop het gereed is. Dan is de tempel niet meer nodig, dan is Christus altijd in ons midden. En zullen we Hem voor eeuwig de lof toezingen.

Eer aan de Vader, Zoon en Heilige Geest. Halleluja.

Amen.

Protestantse Gemeente Gouda, St. Janskerk, zondag 9 juni 2024, 17 uur. Schriftlezing 1 Korinthe 2. Aanvangstekst Efeze 2:20-22. In deze dienst werd stilgestaan bij het 25-jarig ambtsjubileum van ds. Batenburg.