Jezus de goede Herder en Gastheer

De eeuwen door zijn Gods kinderen hier op aarde onderweg naar de bruiloft van het Lam bemoedigd door Psalm 23. Jezus is de goede Herder die voorgaat. Al gaat het ook door de dal van de schaduw van de dood, Gods kinderen weten zich vertroost dat de goede Herder hen veilig bij Hem brengt. Na de dood is het eeuwige leven bereid voor allen die in Jezus Christus zijn. Zijn roepstem klinkt vandaag: luister naar Hem, volg Jezus. Ga niet alleen door het leven, die last is u te zwaar. Wie Hem volgt zal eenmaal aanzitten aan de eeuwige feestmaal waar Hij de Gastheer is.

Psalm 23: ‘[1] Een psalm van David. De Heere is mijn Herder, mij zal niets ontbreken. [2] Hij doet mij nederliggen in grazige weiden; Hij voert mij zachtjes aan zeer stille wateren. [3] Hij verkwikt mijn ziel; Hij leidt mij in het spoor der gerechtigheid, om Zijns Naams wil. [4] Al ging ik ook in een dal der schaduw des doods, ik zou geen kwaad vrezen, want U bent met mij; Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij. [4] U richt de tafel toe voor mijn aangezicht, tegenover mijn tegenpartijders; U maakt mijn hoofd vet met olie, mijn beker is overvloeiende. [5] Immers zullen mij het goede en de weldadigheid volgen al de dagen mijns levens; en ik zal in het huis des Heeren blijven in lengte van dagen‘.

Gemeente van onze Heere Jezus Christus, Psalm 23 is ongetwijfeld de bekendste van al de 150 Psalmen. Het is voor velen een geliefde Psalm. Soms de Psalm in het geheel, soms een enkel vers dat meegaat in het leven.

Het is ook niet verwonderlijk dat Psalm 23 geliefd is. De Psalm ademt rust uit. Biedt perspectief. Uitzicht. De Psalm bemoedigt en schenkt vertrouwen. We zouden kunnen zeggen dat Psalm schenkt wat we nodig hebben en in het bijzonder in het moeilijke situaties.

Helemaal als we de Psalm verbinden met de Heere Jezus, de Messias. De Heere is mijn Herder. Onze gedachten gaan uit naar de goede Herder. Hart voor de schapen. Die Zijn leven voor de schapen heeft gegeven. Die niet wil dat er maar één verloren gaat.

Mij ontbreekt niets. Ik ontbreek niet. Dat is best een geruststelling. De Heere is mijn Herder, ik ontbreek niet. De Heere roept telkens weer. Telkens bezig met stok en staf. Wat nodig is mij er bij te houden en bij te roepen. Om ervoor te zorgen dat ik niet afdwaal. Niet verloren ga.

Wat een geweldige Herder is de Heere Jezus. Wat een troost en bemoediging mag u hieruit putten. De Heere is er. Hij houdt mij bij de kudde en onderwijl verzorgt Hij mij met wat nodig is. Met welk doel? Niet dat ik een vetgemest schaap wordt. Maar veilig te laten komen waar Hij is. Dat ik arriveer.

In dat licht zijn die stille wateren tijdelijke verblijfplaatsen. Ressort waar we even verblijven om weer verder te trekken. Verder in het spoor van de gerechtigheid. In het spoor van de goede Herder. Een spoor dat ook gaan door het dal van de schaduw van de dood. Het is goed dat we dat doel voor ogen houden. Dat gaat soms door het dal.

Het huidige aardse leven kent niet alleen maar grazige wijden en stille wateren. Het is eigenlijk absurd om dat te verwachten en God erop aan te spreken. Het dal van de dood is vaak zichtbaar. Het is niet paradijselijk. Niet in ons persoonlijk leven waar ziekte en dood regelmatig een plek zullen krijgen en hebben.

Donkere perioden van zorg en twijfel. U weet wat het met mensen doet. Het maakt ons onzeker. Beseffen dat we het allemaal niet in eigen hand hebben. Vanmorgen in de consistorie hadden we het even over toen we al de namen voor de voorbeden zagen. We hebben het niet in de hand. De mensen die ons het afgelopen jaar ontvallen zijn.

Waarom zou ik leven en sterven in eigen hand willen hebben? Want als de Heere nabij is, de goede Herder ons leven wil leiden, dan is het toch goed? Het is lastig om het zo te zeggen en helemaal als je diep in de ellende zit. Terwijl je moet ervaren: het is helemaal niet goed en komt het nog wel goed? Om dan toch door de kracht van de Heilige Geest te zeggen: als ik ga samen met de kudde, samen met de goede Herder, dan komt het goed.

Tot de belijdenis komen dat het maar goed is dat ik mijn eigen leven niet in eigen hand heb. Eigenlijk ben ik wel dankbaar dat ik mijn eigen leven niet in de hand heb. Ach hoe zou ik mij vergissen, als U mij de keuze liet. We gaan het straks zingen. Hoe vreselijk is het te zijn in het dal van de schaduw van de dood zonder de goede Herder?

Als we de goede Herder loslaten, dan zijn er die fantastische momenten maar ook die momenten van ziekte en zorg. Maar een ding weten we zeker en dat is dat we niet komen waar Hij is. De Psalmist verwoordt dan ook de vreugde van de nabijheid van de Heere. Het is goed dichtbij de Herder te zijn. In goede en in slechte tijden.

Gods stok en staf hem vertroosten. Eerlijk naar zichzelf toe. Alleen vind ik de weg niet. Alleen kom ik er niet. Ik kan mijzelf dat eeuwige leven niet schenken. Maar in de nabijheid van de goede Herder ervaart David rust, troost, zekerheid. Als dat leven onrustig is. Als het leven stormachtig is. Augustinus: ons hart is onrustig totdat het rust vindt in u, o God.

David ervaart het als een zegen om te behoren bij de kudde. Hij weet. Weten van het geloof. Dat hij daar aankomt waar de goede Herder is. Waar de bruiloft van het Lam is. De Heere is er en Hij zorgt voor mij. Dat geeft mensen rust.

Het mooie van Psalm 23 is dat David in nabijheid van de goede Herder eigenlijk al aan tafel is. Het andere beeld. Hij is de Gastheer. Twee van dezelfde beelden. De Herder die hem door het leven leidt en een Gastheer. Wat willen die beelden zeggen? Dat de Heere er is.

David ziet zichzelf aanzitten aan de tafel die de Heere heeft bereid. Zijn vijanden en verdrukkers kunnen daar niets aan doen. Dat is hetzelfde als het dal van de schaduw van de dood. Ze kunnen hem niet tegenhouden. De Heere geeft zelfs meer dan nodig is. De beker stroomt over.

Zoals het dal van de dood, zo ook de vijanden die tekeer gaan. In ons leven ziekte en dood aanwezig. Mensen die lang niet altijd de naasten liefhebben als zichzelf. Het zijn zaken waar wij mensen mee te maken hebben en mee te worstelen hebben, waartegen we te strijden hebben. Maar David zegt: kijk, kijk eens verder.

Zie niet alleen het negatieve. Merk op dat de Heere er is. Hij wil je leiden. Hij nodigt je uit om tot Hem te komen. Om maaltijd met je te houden. Zo wil Psalm 23 ons in beweging brengen. Brengt in Zijn nabijheid. Zie wat Hij dagelijks geeft voor de levensreis. Hij zorgt ervoor dat wij niets tekort komen en veilig in Zijn Koninkrijk binnentreden.

Dat laatste mogen we vast en zeker zeggen van hen die ons in het geloof in Jezus Christus zijn voorgegaan. Dat is wat we belijden. We zijn eigendom van onze getrouwe Zaligmaker in leven en sterven. De dood is niet het eindpunt van de reis. Dan wordt het meer een mission impossible. We leven wel maar het loopt uiteindelijk op niets uit.

Gods goedheid en goedertierenheid volgen ons niet enkel de dagen van ons aardse leven. Daarvoor heeft de goede Herder Zijn leven niet afgelegd. De doorwerking van het sterven van de Heere Jezus reikt verder dan het hier en nu. Niet alleen maar een troost om de moeite van vandaag en morgen te dragen. Het offer dat de Heere Jezus bracht op Golgotha in onze plaats geeft vergeving en verzoening in de huidige tijd. Maar Zijn opstanding uit de dood laat zien dat er leven is na de dood. Eeuwig leven. In het huis van de Heere voor allen die geloof gevestigd hebben op Jezus Christus. En door Gods genade mogen we leven van vergeving van zonden.

Daar, in Gods Koninkrijk, wacht de Heere als een goede Gastheer. Om met Hem het bruilofsmaal van het Lam te vieren. En gemeente, dat is het heerlijkste vooruitzicht dat ons voor ogen staat. En waardoor de Heere ons de ogen wil houden van al het kwaad in de wereld.

Misschien is er ook wel iets waarvan u zegt: daar kijk ik naar uit. Een lichtpuntje in donkere tijden. Maar er is dus iets dat een groter lichtpunt is. En daarom klinkt die oproep om vol te houden tot het einde. De blik gericht te houden op Jezus, die het Licht van de wereld is.

Een heerlijk vooruitzicht. Iets waar we ons op mogen verheugen. Naar uit mogen zien. Voor eeuwig in Zijn Koninkrijk. Voor eeuwig daar zijn waar Hij is, die Zijn leven voor ons gegeven heeft. Dan klinkt de vraag, naar ons allen, naar ons hier op aarde: blijf luisteren naar de stem van de goede Herder. Sluit je niet af voor wat Hij zegt. Voor Zijn roepstem. Blijf Hem volgen. Want wie Hem blijft volgen, die blijft gaan in het spoor van de gerechtigheid. En die zal eens aanzitten in Zijn Koninkrijk aan een feestmaal.

Dat is de belofte. En God, Hij houdt Zijn Woord. Ik ben die Ik ben. Wat Ik gezegd heb dat heb Ik gezegd zal Ik doen. Van God kunnen en mogen we aan. In leven en in sterven. Dat iets dat we mogen geloven voor onszelf maar ook voor hen die ons zijn voorgegaan in dat geloof. Die daar mogen zijn waar onze Herder en onze Gastheer is. Amen.

“Wat de toekomst brengen moge,
Mij geleidt des Heeren hand;
moedig sla ik dus de ogen
naar het onbekende land.
Leer mij volgen zonder vragen;
Vader, wat Gij doet is goed!
Leer mij slechts het heden dragen
met een rustig kalme moed!

Heer, ik wil Uw liefde loven,
al begrijpt mijn ziel U niet.
Zalig hij, die durft geloven,
ook wanneer het oog niet ziet.
Schijnen mij Uw wegen duister,
zie, ik vraag U niet: waarom?
Eenmaal zie ik al Uw luister,
als ik in Uw hemel kom!

Laat mij niet mijn lot beslissen:
zo ik mocht, ik durfde niet.
Ach, hoe zou ik mij vergissen,
Als Gij mij de keuze liet!
Wil mij als een kind behand’len,
dat alleen den weg niet vindt:
neem mijn hand in Uwe handen
en geleid mij als een kind.

Waar de weg mij brengen moge,
aan des Vaders trouwe hand
loop ik met gesloten ogen
naar het onbekende land.”

‘Wat de toekomst brenge moge’ – Jacqueline E. van der Waals

Eeuwigheidszondag 24 november 2019 – Hervormde Gemeente van Giessen-Nieuwkerk en Neder-Slingeland – ds. J. Holtslag – Schriftlezing Psalm 23