De gelijkenis van de vijf wijze en dwaze maagden laat het onderscheid zien tussen twee soorten mensen. Met een levend geloof en leven in het licht of niet. De Bruidegom is de Heere Jezus en het bruiloftsmaal is het Koninkrijk van God dat er is en komt. Het wachten is nu al zo’n tweeduizend jaar maar de Bruidegom komt. Wordt het een feest of een ramp?

Mattheüs 25 vers 1: ‘Alsdan zal het Koninkrijk der hemelen gelijk zijn aan tien maagden, welke haar lampen namen, en gingen uit, den bruidegom tegemoet’.

Waakzaamheid, ‘op weg naar de finale’

1. Wijs of dwaas;

2. Licht of donker;

3. Binnen of buiten.

1. Wijs of dwaas

Gemeente, de gelijkenis van de vijf wijze en vijf dwaze meisjes staat in een reeks van de woorden van de Heere Jezus over het einde van de wereldgeschiedenis. Goed bij stil te staan. Niet als sluitpost. Hoort dat bij een van de laatste dingen of heeft het prioriteit bij het geloofsleven? Oude christin als ze opstand gordijnen stil zuchte: nou Heere Jezus bent U nog niet gekomen. Zover is het nog niet, we leven nog in de voorbereidingstijd gemeente. Ook wel opgeroepen om ons voor te bereiden.

Dat we ons voorbereiden op als de roep klinkt: zie de Bruidegom komt, gaat uit Hem tegemoet. Heb je dan een brandende lamp of niet? Sta je in het donker. Daar gaat het om. Een ding wel duidelijk is als we hier bij elkaar zitten, ik weet niet hoe je kerkdiensten ervaart dat zal weleens verschillen, een ding wel duidelijk de bruid op weg naar de bruiloft en gerekend met Christus op weg naar de bruiloft. Zeg ik het maar een beetje scherp, dan wordt u misschien meteen wakker: wordt het een feest of een ramp? Iemand zei de  beste dag of slechtste dag in je leven. U voelt spanning stijgen, dat moet ook, de spanning erin blijven op weg naar de finale. Zijn we bereid?

Gaat het ons nu echt om de Bruidegom of niet? Gemeente, de kerk, u en ik, wij zijn er in de eerste plaats niet voor de wereld. Natuurlijk doen we aan zending en Evangelisatie en spreken we met de naaste over Hem. Maar de kerk is er in de eerste plaats voor de Bruidegom.

Mensen wijs of dwaas. Leven voor de Bruidegom of niet. Ik heb het gedeelte ervoor niet gelezen. Grote verdrukking. Wederkomst. Waakzaamheid. Maar in die dingen wordt de wereld wel vergeleken met de dagen van Noach. Mensen die rekening houden met de zondvloed, de een houdt rekening met de zondvloed en de ander niet. Twee die malen. Een houdt rekening met de terugkeer van de eigenaar. Twee soorten altijd zo in de kerk. Twee wegen. Ik vraag het weleens aan de catechisanten. Ja bij opa en oma. Niet alleen daar.

Zullen je het niet vergeten? Wijs of dwaas. Zullen we eens kijken naar de gelijkenis. Koninkrijk der hemelen te vergelijken met een bruiloft -prachtig beeld. Waar Hij regeert en geen plaats is voor de duivel. Dat Koninkrijk komt en is gaande. Bruidsschat betaald nemen we maar aan. Bruidmeisjes zijn er om Hem, de Bruidegom, op te wachten.

Lapionen zoals jullie misschien weleens hebben gehad. Veel olie. Het wordt wel nachtwerk. Er staat bij die lampen dat er vijf wijs waren en vijf dwaas. Niets te maken met intellect. Iemand beetje dom en ander knap. In de Bijbel allemaal niet zo belangrijk. Mooi als je dat hebt. Maar niet in Bijbel belangrijk. Wijs als je met God rekent en dwaas als je het niet doet. De dwaas zegt in zijn hart er is geen God. En wijs als je wel met God rekent.

Die wijze rekenden met andere dingen dan de dwaze. ‘Phronos’ staat er in het Grieks. Iets te maken met doordenken. Dat ze olie nodig hebben. Denken door tot de bruiloft. Het kan niet zijn dat we geen olie hebben. Dwaas leeft oppervlakkig. Maakt ze eigen niet zoveel uit of ze een brandende lamp hebben of niet. Dat wijs of dwaas, dat maakt wel een ingrijpend verschil ook voor ons, ook voor jou.

Kijk alle tien de meisjes waren uitgenodigd, mochten komen. Ik zou het mooi vinden zegt de Bruidegom als je komt. Wij zijn allemaal genodigd. Ga nou niet zeggen ik ben niet genodigd. Wij horen allemaal bij die tien. Elke kerkdienst is een uitnodiging. De Bruidegom komt, ga Hem tegemoet maar dan wel voorbereid. Wijs of dwaas.

Kijk sommige Bijbelverklaarders gaan erg in wat is nou die olie. Je kunt heel erg gaan vergeestelijken, ingaan op woorden. Dat moet je maar laten rusten. Heilige Geest niet te koop en het Woord ook niet -daar kom je niet mee uit. Het gaat om de vraag of je straks genoeg olie hebt. Waakzaam bent en voorbereid.

Die wijze meisjes hadden er alles voor over. Misschien laatste cent. Om koste wat het kost de bruiloft bij te wonen. En die dwaze meisjes interesseerde het niets. Laten we het gewoon neerleggen: koste wat het kost? Of interesseert het je niets. Zeg niet die vijf waren niet uitverkoren. Daar gaat het allemaal niet om. De Bruidegom komt, gaat uit tegemoet.

2. Licht of donker

Die Bruidegom laat op Zich wachten. Nou dat is nog niet zo leuk. Bij het huis van de bruid, en de bruidegom komt maar niet. Nou ja kwartiertje, een uur, twee uur… De Bruidegom laat op Zich wachten. Heel opvallend. Mattheüs 26. Het lijden. Soort vertraging. Eerst het kruis, het graf. Eerst de donkertje, diepte. Eerst Zijn vernedering. Dan de opstanding en Hemelvaart. Hoe lang wachten we nu al? Tweeduizend jaar bijna. Komt het nog wel? We vallen in slaap -je mag toch wel slapen als je moe bent, ja.

Hier wordt het slapen niet bestraft, in andere gedeelten wel. Hier gaat het om dat je voordat je gaat slapen olie hebt. Slapen alle tien. De gemeente van de Heere Jezus lijkt wat slaperig te worden. Ik ook we worden slaperig. Bij de wederkomst maar ook bij je sterven. Hangt ervan af of je bent voorbereid. Ook voordat je gaat slapen en inzakken.

En die tijd krijgt u nu, ik meen het uit de grond van mijn hart. Leven in de voorbereidingstijd. En ondertussen gaat de tijd door en komt het moment dat Hij toch komt. En dan Hij komt er toch aan. En ik zie de meisjes. O de fakkels. En een ziet hij is, en de ander. En bij vijf nog olie. Die staan in het licht. Geef ons van uw olie. Gaan ze nog doen ook maar te laat, komen te laat aan bij de bruiloftszaal.

Wees dan waakzaam zegt de Heere Jezus. Zorg dat je in het licht staat als Hij komt. Wat betekent dat voor mij dominee? Sta ik in het licht of in het donker? Gemeente ik heb het net nog even op zitten zoeken. Die vijf meisjes stonden in het licht. Ik zou nog eerder die fakkel als een symbool zien dan de olie. Fakkel van de hoop en het geloof.

Paulus in Efeze 4. Want u was voorheen duisternis maar nu bent u kinderen ven het licht. Een wijze laat zich kenmerken door zijn levenswandel. Dat is te zien, te merken. In goedheid en waarheid wat de Heere welbehaaglijk is. Neem geen deel aan de werken van de duisternis. Zit geen leven in en uitdooft.

Ontwaak en staat op uit de doden. Laat erop dat je nauwkeurig leeft als wijzen en niet als dwazen. Buit de tijd uit omdat de dagen boos zijn. Ik denk dat dat wel duidelijk is. Niet laat meeslepen door de werken van de duisternis.

Zijn we een lichtend licht voor onze omgeving? Daar gaat het om dat we ons laten oproepen, opscherpen als kinderen van het licht. We vallen allemaal in slaap.

Zullen we elkaar een beetje wakker houden? Ook in de preek. O we hebben het weer gehoord. Wakker houden. Onze roeping. Ik zou het mijzelf aanrekenen, een dominee heeft fouten zat, als ik u niet hebt oproepen over dat onderscheid tussen wijs en dwaas. Koop voor uzelf, koop voor uzelf olie. Zie of je in het geloof bent en de Heere Jezus lief hebt gekregen.

Ga niet zeggen ik ga wel steunen op andere. Geef me van uw olie. Ik haal me het zo voor de geest ik kan wel steunen op de kerk waar ik bij behoor, of op je vader, opa. Hoe staat het met jouw geloofsleven? Ja mijn vader was bekeerd. Dat vraag ik niet. Ik hoor het graag over die persoonlijke verhalen. Maar gaat om jezelf, heel persoonlijk in de kerk.

Koop voor jezelf. Dat de Bruidegom je het belangrijkste is geworden. Nou kun je dat weten, een persoonlijk geloof heb?

3. Binnen of buiten

Een een brandende lamp en de ander niet. Kinderen van het licht gaan binnen. Heere, heere doe ons open. En dan komt het, dan zegt Jezus ik ken u niet. Niet of ik Hem ken maar of Jezus mij kent. In de grondtekst staat een relatie tot elkaar hebben. Ik ken u niet. Er is niets tussen u en Mij.

Kan dat in de gemeente? Dat kan. Wel tot de bruiloftsmeisjes hoort. En nou hoor ik mensen denken, raar he dat je denkt op de kansel, dat is van de Heilige Geest. Nou wordt ik bang… Broeders herken je ook in het pastoraat dat mensen doodsbang zijn.

Maak je er maar best druk om. Maar niet in onzekerheid blijven leven. Ik ben ook zondig, allerlei tekorten. Olie genoeg, vergeet het maar. Gemeente nou zeg ik een ding: er gingen er ook vijf naar binnen. Jij hebt met Mij geleefd, hoogste doel geacht. Kom tot het feest.

Nou zeg ik tegen die mensen die bang zijn straks word ik afgewezen. Al is er het kleinste geloof. En Jezus kent u, kent jou. Als je hier vanmorgen de toevlucht neemt tot Hem. Dan ga je het Koninkrijk binnen. Ik zou vanmorgen zeggen wie de uitnodiging aanneemt en Jezus Christus. Zou de Bruidegom Zijn eigen werk vergeten? Echt niet.

Brief. Vroeger schreven de brieven. Nu berichtjes die we wissen. Brief -zou je eigen handschrift herkennen? Hij kent Zijn eigen handschrift. Waar soms heel stil dat verlangen is om bij Hem te zijn. Wien heb ik nevens U omhoog? Wie dat zegt komt binnen. En mij hiertoe door U bereid opnemen in Uw heerlijkheid. Nou ja op weg naar de finale, de weg naar de overwinning.

Waar moeten we ons druk over maken? Of we een brandende fakkel hebben. Leeft bij de beloften. En tegen andere zegt koop voor jezelf, man, vrouw, heel de gemeente. Koop zonder geld. Dan kun je op de finale aan, op weg naar het feest.

Amen.

 

Zondag 7 juli 2024 – Nieuwe kerk Putten, Holland – ds. A.L. van Zwet – Schriftlezing Mattheüs 25 vers 1-13