Wanneer de discipelen strijden om wie de grootste is, leert de Heere Jezus hun een belangrijke les en geeft Hij hen zicht op Wie Hij is en waartoe Hij in deze wereld kwam. Hij kwam om te dienen en niet om gediend te worden. Hij ging de weg van het lijden en sterven, de Via Dolorosa, om te betalen voor de zonden en zo die losprijs te voldoen. Zo heeft Hij voor de Zijnen die ereplaatsen verworven die God de Vader hen geeft.

Mattheüs 20 vers 28: ‘Gelijk de Zoon des mensen niet is gekomen om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen’.

Groot in het dienen

  1. De strijd om wie de meeste is;
  2. De les in wie de grootste is;
  3. Het zicht op wie de Meester is.

1. De strijd om wie de meeste is

Gemeente, jongens en meisjes, ik weet niet hoe het u vergaat, we hebben de vijfde lijdenszondag. Ik ben blij dat we zeven lijdensweken. Om zicht te krijgen op de Heere Jezus. Meegenomen worden. Misschien wel zeggen meegetrokken worden. Als ik u nou vraag: hoe dicht zijn we deze week bij het kruis gekomen. Lukt het om dichterbij te komen? Met broeders van eigen kerkenraad. Is het een beetje gelukt met de preek maken. Soms moet je er een beetje inkomen.

Drie lijdensaankondigingen hebben de discipelen gekregen. Steeds duidelijker. Wij zeven lijdenszondagen. Jezus zegt: Wij gaan op naar Jeruzalem. Hele weg van Jezus ging van Galilea, het laagland, naar Jeruzalem, het hoogland. Wij gaan op.

Weten jullie hoog dat opgaan voor Jezus is gegaan? Ja, voor de discipelen betekende dat vooruitgang. We gaan omhoog naar de stad Jeruzalem. Maar voor Jezus betekende dat kruisiging. Hooggang op de top van het kruis. De discipelen dachten we gaan erop vooruit. Moeder van zonen van Zebedeus. Nu grijp ik me kans.

In een ander Evangelie van Markus staat dat de twee zelf kwamen, Johannes en Jakobus. Hier staat moeder erachter zit. Soms kunnen ouders er ook achter zitten. Ouders, mooie plek voor je kinderen. Zal ik het voor je vragen? Mooie plek op school, sportclub. Daar komt die moeder en heeft een vraag aan Jezus. Wel staat er zij knielde voor Hem neer. Letterlijk aanbad Hem. Grote eer voor de Heere Jezus. Maar wilde Hem ook iets vragen. Iets wonderlijks in de grondtekst: eisen. Eist iets op. Claimt iets.

Voor Jakobus en Johannes. Waarom die twee? Ik denk dat die moeder dacht dat zijn best wel belangrijke discipelen. Als ik naar de kinderen kijk, bij belangrijke van de Heere Jezus welke discipelen waren er dan bij? Ik zeg het wel. Petrus, Johannes en Jakobus. Opwekking dochtertje Jaïrus waren ze erbij, straks in de hof van Gethsemane, op de berg van de verheerlijking waren ze erbij alle drie, altijd. Je kunt je voorstellen die moeder, nu moet ik het vragen. Als U straks in Uw Koninkrijk komt, mogen mijn twee zonen dan aan Uw rechter- en linkerhand zitten. Mogen ze de ereplaatsen krijgen? Dat is gemeente natuurlijk een vraag die prikkelt. We horen zelfs in het gedeelte daar ontstaat ruzie om. De andere discipelen nemen het de anderen kwalijk. Wat vraag je me nou? Daarom toch maar even de vinger erbij, ontstaat daar niet vaak niet de problematiek van de ruzie, de twist en de tweedracht de grootste willen zijn, de belangrijkste willen zijn. Zelfs in een discipelkring komt het voor. De anderen nemen het zeer kwalijk.

Toen ik afgelopen vrijdag op de belijdeniscatechisatie zei dat ik hierover ging preken, we hadden een mooi gesprek over prediking, en ik moet eerlijk zeggen dan merk je ook onder onze lieve belijdeniscatechisanten dat er allerlei gedachten zijn over een goede preek. Wat is nu een goede preek, daar hadden we het over. De een zei dit, de ander dat. Dat zult u ook wel hebben. Was het nou een goede preek, dat moet u zelf maar uitmaken. Een van de punten de preek moet concreet zijn, moet een beetje toepasbaar op je leven. Nou zeg het maar, als ik hierover ga preken zondag in de Nieuwe Kerk. Wat is concreet dat mensen de ereplaats willen hebben? Jezus maakt het concreet: in de wereld willen de mensen macht hebben. De koninkrijken. Zo gaat het er in de wereld aan toe. En in de kerk dan? En jullie dan? En jij dan? Hoe maak je dan concreet?

Er stak iemand z’n vinger op tijdens de belijdeniscatechisatie. Dominee je moest eens weten wat we elke week meemaken hè. Op ons werk en onder ons mensen. Die hele maatschappij waar we in leven is een grote ambitiemaatschappij. Zorg ervoor dat je zo goed mogelijk vooruit komt. We worden er doodmoe van. In huwelijk wie wil de eerste zijn. Kerk. Werk. Onder je vrienden. Elkaar overtreffen is een doodzonde. Weet u dat en ik denk ook dat er mensen kapot aan gaan. Ik denk ook dat er kinderen in de klas zitten vriendjes en vriendinnetjes altijd je overtreffen, de beste zijn. Als jij een zes hebt voor de les, de repetitie, de ander een negen, tien. Ik zie wel een groot gevaar gemeente. Zo ambitiegericht. Misschien op de scholen ook. Ambitieus zeggen we dan. Ik zeg dat je je talenten niet mag gebruiken, alsjeblieft. Maar zo ik-gericht, zo prestatiegericht. Volgens mij krijgen we er in de kerk soms ook last van. Wie heeft de grootste mond, de macht, dat haantjesgedrag. Sorry hoor maar ik zeg het toch. Zit er gewoon in. Dood-zonde. Oer-zonde.

Over ontdekking gesproken. Het zit er gewoon in bij discipelen, bij mensen, in de maatschappij, maar ook in de kerk. Zitten op de ereplaats. En Jezus zegt zo moet het onder u niet zijn. Zo moet het niet gaan. Een bevel. Dat doet de wereld. Hoe werelds kan de kerk worden? Hoe werelds kan een huwelijk worden? Hoe werelds kunnen christelijke scholen worden? Zo moet het niet zijn. Gemeente dat is een grote les voor ons.

2. De les in wie de grootste is

Hoe moet het dan? Dan gaan we naar het lijdensevangelie. Wie onder u groot wil worden moet uw slaaf zijn, moet uw dienaar zijn. Zo. In het Koninkrijk van God gaat alles op z’n kop zingen de kinderen. Dat is nou bekering. Groot wordt klein en de eerste wordt slaaf. Ja hoe ga je dat leren? De discipelen, ik moet eerlijk zeggen, als Jezus zegt je wilt wel op de ereplaats zitten en de eerste zijn, maar weet je wat dat vraagt. Je kunt wel zeggen ik wil de ereplaats hebben maar kunnen jullie die weg gaan. Hij zegt je weet niet eens wat je vraagt. Ook iets om over na te denken bij de voorbereiding. Weten wij wat we vragen, wat we zeggen? Slaaf worden. Weten we wel waar we ja op zeggen als je je kindje laat dopen, belijdeniscatechisanten, bij je huwelijk. Ja dominee ik heb ja gezegd. Weet je wel wat je zegt?

Die discipelen zeggen moeten wij de weg naar de troon gaan, dat kunnen wij wel. Zelfoverschatting. Dat kind. Onze belijdenis. Dat redden wij wel. Dominee zijn. Ach gemeente ik was 26 toen ik dat begon. Ja je dat doen […], ja van ganser harte. Na bijna veertig jaar denk ik ach Heere God heb ik het altijd wel geweten.

Eerlijk. Wij kunnen. En dan gaat Jezus iets bijzonders zeggen. Hij zegt niet tegen de discipelen je vergist je, Hij zegt iets anders, dat vind ik mooi. Terwijl die discipelen zeggen wij kunnen die beker drinken, de lijdensweg gaan. Je zult de drinkbeker drinken en met de doop gedoopt worden waarmee Ik gedoopt wordt. Dat is een van de dingen die me ook opvielen terwijl mensen zeggen dat kunnen we wel. Zegt Jezus je zult. Maar het zal heel anders gaan dan jij soms voor ogen hebt, jonge mensen.

Hebben we dat niet ondertussen geleerd in je leven dat wat wij soms dachten dat kunnen we wel, de Heere tegen ons zei je zult. en dan gaat het hier over het drinken van de drinkbeker en gedoopt worden met de doop van Jezus, dat is een grote samenvatting van de weg van lijden en sterven, in het ondergedompeld worden. In de diepte van de nood en van de pijn en van de vernedering. Kunnen wij dat? Of zeggen wij dat hebt U mij geleerd, je zult.

Dat we eigenlijk zeggen als de Heilige Geest je die weg niet leert, dan gaan we die weg niet op. Je zult. Dat de Heilige Geest je uiteindelijk leert om die weg mee te gaan in de voetstappen van de Heere Jezus Christus. En dat we erachter komen gemeente dat wij het niet kunnen maar dat je het zult leren.

Ik zat er nog even over na te denken bij de voorbereiding op de preek, kunt u de drinkbeker drinken die Ik drinken zal, met de doop gedoopt worden waarmee Ik gedoopt wordt, kun je die weg gaan in de diepten van het lijden. Gemeente eerlijk is eerlijk, wij houden er gewoon een keer mee op. Nou is het teveel. En nu de Heere die zegt je zult het, kom maar mee, Ik neem je mee.

Ja, in het drinken van de drinkbeker. Als onze voetstappen moeten gaan in de voetstappen van de Heere Jezus. Als je bespot wordt, veracht wordt. Als je moet lijden om de naam van de Heere Jezus. Als je meegenomen wordt, als je de doop in moet gaan die Hij inging.

Ik vond het wel een mooi beeld. Dat je die voetstappen van de Heere Jezus moet leren drukken gemeente, jonge mensen, ook in een gedoopt worden. De laatste tijd raakt het me diep als mensen zeggen, en dan zegt u misschien ja wat heeft dat er mee te maken, maar ik denk het toch wel dat mensen zeggen maar je moet toch opnieuw gedoopt worden. Ik merk het ook aan onze jonge mensen in onze Hervormde gemeente van Putten dat er een enorme drang is van ja er is zo’n geweldige impact als we ons opnieuw laten dopen. Nou we hoeven ons niet opnieuw laten dopen. Maar je moet wel in de doop van de Heere Jezus gedoopt worden. Weet je wat opnieuw gedoopt worden is? Opnieuw gedoopt is niet een nieuwe waterdoop krijgen, ook als je als kind gedoopt ben, maar is door je doop heen kruipen zei Luther. Is door je doop heen kruipen. Dat is met Christus sterven en opstaan. Luther zei dat moet je elke dag leren.

Laat je alsjeblieft niet op een spoor zetten van o nou moet er weer iets gebeuren met mij met een nieuwe waterdoop. We hebben een geestelijke doop nodig in de gemeenschap met Christus. Sterven en opstaan elke dag. Je moet je doop leren leven zei Luther, je moet je doop leren leven. Dat is bekering, dat is genade, dat is wedergeboorte, dat is met Christus leren leven.

In Zijn doop meegenomen worden. Ik zou zeggen dat is steeds meer op Christus aangewezen worden, met Hem verenigd worden door het geloof. Beleven we zo onze doop gemeente, dat is misschien wel een punt hoor. Ik ben er diep van overtuigd als we meer leren dat onze kinderdoop ons roept tot een leven waarvan Luther zegt je moet door die doop heen kruipen om steeds meer te sterven aan jezelf, om in die verbondenheid met de Heere Jezus te leven, dat je dan die doop gaat kennen. Kijk er zo eens tegenaan. Mag ik zo mijn doop beleven, om met Christus te sterven en op te staan?

Daar nodigt ook de lijdenstijd u toe uit. Je zult, je zult, als de Geest het je leert, dan ga je je doop kennen in een met Christus sterven en opstaan. Gemeente om het zo te leren, zo te leren wie Hij is.

3. Het zicht op wie de Meester is

Dan kom ik bij het laatste. Dan ben ik niet in de eerste plaats degene die Hem dient, maar dan ga ik ontdekken dat Hij mij dient. Die prachtige tekst aan het einde van dit gedeelte gemeente, zoals er ook staat dat de Zoon des mensen niet is gekomen om gediend te worden maar om te dienen en Zijn ziel te geven tot een losprijs voor velen.

Die twee discipelen die dachten wij moeten iets doen, groot zijn, wij moeten overtreffen en dan komen we wel op die ereplaats, dan komen we wel op die ereplaats. Maar Jezus zegt je hoeft er niets voor te doen. Het word je gegeven door Mijn Vader in de eerste plaats. Ik zal het je niet geven, maar Mijn Vader zal het je geven omdat je ertoe bestemd bent. En wie zijn ertoe bestemd gemeente? Dat zijn degenen die leven van het werk van de Heere Jezus Christus. Die zijn ervoor bestemd, die krijgen straks de ereplaats van de Vader. Wie het leert om niet te dienen maar om je door Jezus te laten dienen.

Ik ben niet gekomen om gediend te worden. Je hoeft het niet te verdienen. Ik wil je dienen. Letterlijk staat er het woordje diakonai, Ik wil diaken zijn. Zoals diakenen afgelopen zondag dienden aan de tafel, prachtig trouwens, zoals diakenen dienden aan de tafel om alles maar aan te reiken, aan te reiken. Brood en wijn. Dienen. Zo wil Jezus zeggen Ik ben de diaken om je alles maar aan te reiken.

Ja maar ik moet U toch iets aanreiken?! Nee. Trouwens gemeente dat prachtige lied wat wij zongen he uit Weerklank 447 is geschreven door de bekende Graaf von Zinzendorf. Stond eens voor een schilderij van de Heere Jezus aan het kruis. Tranen in de ogen. Dat deed U voor mij. Mag ik U dienen in mijn leven? In die volgorde.

Die Hernhutters, missionaries, die dienden. Mag ik U dienen. Losprijs voor velen. Wat wil Hij u aanreiken? Wat wilt U ons aanbieden Heere Jezus. Een losprijs. U hoeft de ereplaats niet te behalen. Slaven stonden op de slavenmarkt. Losprijs te maken.

Heere Jezus zegt ten diepste als je groot moet zijn moet je slaaf zijn. En dat zijn we. Slaven door losprijs vrij te maken. Er is weleens gezegd aan wie betaald? Wel gezegd aan de duivel. Om ons te verlossen. Dat is natuurlijk niet aan de orde. De losprijs moest aan de Vader worden betaald. Daar zit het geding tussen God en ons. De losprijs betalen met Zijn bloed om je vrij te maken en vrij te kopen. Ook een bevrijding dat je het zelf niet meer hoeft te doen. Mag het op U aanlopen Heere Jezus?

Ik zou het zo willen vragen: mag Hij u dienen met Zijn verzoenend werken of ben je daarvan niet gediend? Ga je straks de kerk uit ik moet het weer doen of met een Zaligmaker die je wil dienen met de losprijs van Zijn bloed.

Daarom hebben we de lijdenstijd. Om die grote genade van zonde en vergeving te klaren. En Hij biedt het u aan. Door het dienen ga je dienen. Niet de eerste te zijn maar de laagste.

Paulus: Dat gevoelen zij in u. Die hoog was en laag kwam. Die gestalte zij in u. Gemeente van Putten gaan we morgen ruzie maken om wie de grootste was pf om te dienen. Als het zo mag zijn, dan kom je een keer op de ereplaats. Dan ga je het Lam prijzen dat je kocht met z’n bloed.

Gemeente, de vijfde lijdenszondag, bracht het u dichter bij Hem. Heere Jezus U loven wij, want U bent die waard bent alle lof tot in eeuwigheid.

Amen.

 

Vijfde lijdenszondag 10 maart 2024 – Nieuwe Kerk Putten, Holland – ds. A.L. van Zwet – Schriftlezing Mattheüs 20 vers 17-28 en Openbaring 5 vers 6-10