Het geloof ziet meer dan het gewone oog ziet. Zo God voor ons is, wie zal dan tegen ons zijn? In de geschiedenis van de omsingeling van de stad Dothan is het de profeet Elisa die de Heere bidt of de ogen geopend zullen worden. Dat zij zullen zien met meer te zijn, dat de Heere nabij is. ‘Wees niet bevreesd, want die bij ons zijn, zijn meer dan die bij hen zijn.’

2 Koningen 6 vers 16 en 17: ‘[16] En hij zeide: Vrees niet; want die bij ons zijn, zijn meer, dan die bij hen zijn. [17] En Elisa bad, en zeide: Heere, open toch zijn ogen, dat hij zie! En de Heere opende de ogen van den jongen, dat hij zag; en ziet, de berg was vol vurige paarden en wagenen rondom Elisa‘.

Meer voor dan tegen
1. Degenen die tegen zijn;
2. Die voor zijn;
3. Wat meer is: voor of tegen?

1. Degenen die tegen zijn

Gemeente, in het bijzonder ook jongens en meisjes, jonge mensen, hier vanmorgen in deze dienst waarin we nadenken over meer voor dan tegen. Bij de voorbereiding van deze preek moest ik even denken aan een spel, in het gezin met de kinderen speelt, ‘Ik zie ik zie wat jij niet ziet’. Speel je dat ook weleens? Dan zeggen we erbij: een kleur. Bijvoorbeeld groen. Of een vorm. Rond, vierkant. Natuurlijk heb je het zelf altijd al gezien en die ander maar kijken en hij ziet het niet. Die blijft maar kijken en die ziet het niet. Dat is het spel. Je ziet iets wat een ander niet ziet.

In de Bijbel gemeente gaat het niet over een spel, maar gaat het om bittere ernst. Om bittere ernst dat de een dingen ziet die de ander niet ziet. Het gaat altijd om bittere ernst om het zo maar eens te zeggen in de Bijbel. In de Bijbel gaat het niet om een spel. In de Bijbel gaat het om de diepe werkelijkheid dat de een dingen ziet waar de ander blind voor is. En we zeggen weleens in de kerk, en dat is echt niet bedacht, als we nadenken over de Bijbel waar het gaat om de ernstige dingen die er instaan, dan zeggen we tegen elkaar, en soms ook weleens tegen de kinderen en jonge mensen: daar moeten je ogen voor ogen gaan. Ik zie het niet. Daar moeten je ogen voor open gaan. Want het gaat in de Bijbel, in het Koninkrijk van God, altijd over dingen die je met je gewone ogen niet. De bekende reformator Calvijn, u hebt zijn naam ongetwijfeld weleens gehoord, die zei eens: als je met een ongelovige die geen geloof heeft spreekt over de dingen van God, dat is net als met een kleurenblinde praten over kleuren. Snap je dat een beetje? Als je iemand die kleurenblind praat over kleuren, dan zegt die ik zie het niet, sorry. Zo is het eigenlijk ook met mensen die het niet zien, die blind zijn voor de dingen van God. Je kunt praten over God, geloof, zonden, genade, over Jezus Christus, en ze zeggen gewoon ik zie het niet, sorry. En misschien zit je zo ook wel in de kerk soms. Er worden dingen gezegd, ik hoor elke keer preken, thuis wordt uit de Bijbel gelezen maar ik zie het niet.

Daarom, ik zei het al bij ons gebed voor de preek, bidden wij altijd om de verlichting met de Heilige Geest. Want zonder de verlichting met de Heilige Geest gemeente leven wij in het donker.

Maar ik mag u tegelijkertijd dit zeggen, ook jonge mensen in de kerk, als de Heilige Geest je ogen opent, dan geloof je je eigen ogen niet, echt. Als de Heilige Geest licht geeft en je dingen ziet die je eerder nooit zag, dan zeg je dat ik het niet eerder heb gezien. Dan ga je heel anders tegen de dingen aankijken. Wie God is, wie je zelf bent, wie Jezus Christus is.

En daarom is het goed gemeente dat wij altijd beseffen dat wij het licht van God nodig hebben, het licht van de Heilige Geest om de dingen te zien zoals ze zijn. Niet de helft, niet de helft van wat wij voor ogen hebben maar de hele werkelijkheid. Vanmorgen gemeente in de preek gaat het daarover. Ogen gaan open en ogen gaan dicht.

De ogen gaan open bij die dienstknecht van Eliza en bij die soldaten van de Syriërs gaan de ogen dicht en weer open. Dat is een beetje een rode draad in deze geschiedenis. Ogen gaan open en ogen gaan dicht. Ik neem u, neem jullie maar even mee naar de situatie waar het hier om gaat. Het is een tijd van oorlog. Tijd van Eliza.  De tijd van Eliza was een crisistijd, er was niet alleen maar honger in dat land, er was niet alleen maar economische malaise in dat land om dat zo maar eens te zeggen. Het ging gewoon slecht met dat land. Er was een tekort aan voedsel. Maar het was ook een tijd van oorlog. We zouden kunnen zeggen het zit een beetje dichtbij ons die tijd. We maken ook economische omstandigheden mee, de tijd ziet er soms niet zo florissant meer uit en ondertussen zitten we ook met oorlogssituaties om ons heen.

Maar bij Eliza komt het op dat moment heel dichtbij en de vijand op dat moment was Syrië. Het land wat een beetje in de Noordelijke kant van Israël lag. En wij lezen gemeente hier in dit gedeelte, ik schets het maar even voor u en jullie, telkens vallen er van die, mag ik het zo eens zeggen, van die legereenheden Israël binnen. Iemand wees erop: de grote oorlog was nog niet begonnen, de grote oorlog met Syrië dat begint pas later. Maar ja hoe gaat dat in een oorlogssituatie, dan worden er weleens legereenheden vooruit gestuurd. Commandotroepen, luchtmobiele brigade die al soms aanvallen uitvoeren voordat de grote oorlog begint. Ze worden hier in 2 Koningen 6 benden genoemd. Nog niet het grote leger. Benden die af en toe infiltreren in Israël en die hinderlagen leggen. Ze gaan hierheen en daarheen en dan zegt de koning van Syrië daar moet je heengaan, leg een hinderlaag in de hoop dat de koning van Israël daar langskomt en hij hem gevangen kan nemen. Van die geheime operaties. Maar gemeente, het is heel verrassend als de koning van Syrië die geheime operaties laat uitvoeren, en die legereenheden leggen hinderlagen, dat elke keer, elke keer de plaats waar ze heengaan op de hoogte is. Het komt zelfs voor lezen we dat ze zelfs een keer een heel leger van Israël aantreffen, hoe is het mogelijk? Elke keer blijken die geheime operaties niet zo geheim te zijn.

En de koning van Syrië denkt natuurlijk daar is verraad. Daar is verraad. Er zit iemand onder mij generaals die de koning van Israël helpt en die stelt hem op de hoogte. Maar dan komt er een verrassende boodschap naar de koning van Syrië dat zijn generaals het wel weten en die zeggen tegen de koning van Syrië: koning, niet wij zijn de verraders maar in Israël leeft er een profeet, de man Gods wordt hij hier genoemd, een prachtige aanduiding gemeente, de man Gods. Soms denk je als dominee ook weleens wie ben ik eigenlijk om als man Gods te zijn. Een man Gods en die is op de hoogte. Die wordt op de hoogte gebracht door zijn God. En die profeet in Israël weet zelfs wat je in je slaapkamer zegt, de meest intieme plek.

Heeft die man Gods dan paranormale gaven? Nee. Je hebt weleens paragnosten die worden dan ingeschakeld om te weten als iemand vermist is. Heb je dat weleens gelezen? Waar is iemand? Paragnosten met die paranormale gaven en die weten precies soms kan iemand die is daar of ligt daar. Dat is het niet. Dat moet je nooit verwarren. Paranormaal is vaak occult, let op, dat hoort meestal bij het rijk van de duisternis, paranormaal. Dit is wel buitengewoon. Maar dit is buitengewoon van God. Ik denk gemeente dat we er even stil moeten staan in de preek dat we toch wel moeten beseffen dat God op de hoogte is van wat er in de wereld gebeurt, dat Hij op de hoogte is van de operaties, ook militair. Hij weet zelfs wat Poetin denkt en wat de Amerikaanse president denkt. Hij is erbij, geloof je dat? Dat er Een is die gewoon meeluistert en Hij stelt, God stelt, van alles wat soms bedacht wordt Zijn kinderen op de hoogte. En dat zegt u misschien ik krijg nooit een boodschap van God, nou ik zou zeggen: dit. Hebt u weleens gehad gemeente dat je in je Bijbeltje las en waarvan je dacht hier stelt God mij op de hoogte van wat aan de hand is. Hebt u het weleens gehad? Wat er in de wereld gebeurt, hé dat staat hier. Dat is mooi hè, hier in de kerk, dan zit je maar niet een beetje te zitten maar op de hoogte gebracht te worden. Wat God zegt, en dat Hij de dingen allang weet en Hij ons op de hoogte stelt. Prachtig. Zoals bij Eliza.

En tegelijk gemeente, dat moeten we ook maar constateren als de Heere Zijn dienaren op de hoogte stelt van de dingen die gebeuren, dat is ook gevaarlijk. Dat is ook gevaarlijk. Dan ben je soms een gevaar. Een staatsgevaarlijk iemand. Opeens is Eliza die op de hoogte is gebracht van wat de koning van Syrië -de vijand- allemaal bedenkt staatsgevaarlijk. En de koning van Syrië zegt ik moet hem hebben. Eerst zegt hij ik zal boden uitzenden maar als hij weet dat hij in Dothan is, een plaats ergens in Israël, dan stuurt hij een heel leger. En een heel leger gemeente niet alleen maar een eenheid maar paarden en strijdwagens. Moet je eens even indenken wat hier staat hier gemeente, voor een man. Een man van God wordt een heel leger uitgezonden om hem te vangen. Het lijkt alsof de geschiedenis zich later herhaalt bij de Heere Jezus. Dat voor een Man, een Man, een bende wordt uitgezonden met stokken en zwaarden om Hem gevangen te nemen. De geschiedenis herhaalt zich.

Waarom? Ik heb me dat wel afgevraagd en misschien vraagt u zich dat ook wel af: waarom eigenlijk? Waarom een heel leger voor een man? Soms zeg je weleens als de wereld om ons heen de kerk belachelijk maakt en dat doet ze, als de wereld zegt die kerk stelt niets meer voor, als de wereld zegt van de gelovigen het zijn ouderwetse mensen die achterlopen. Dat zeggen ze van je.

Als je het wilt weten of niet, je wordt door de wereld als achterlijk beschouwd. Een uitstervend ras. Maar waarom gemeente, jonge mensen. Waarom stelt de wereld dan, als wij zo weinig voorstellen, alles op alles om het werk van God te breken? Als het dan toch niks voorstelt, waarom? Hebt u zich dat weleens afgevraagd? Waarom worden de gelovigen in de media altijd op de korrel genomen? Waarom gaan de overheden soms zo tekeer tegen het christelijk geloof? Waarom?

Iemand zei eens: op spreeuwen schiet je niet met kanonnen. Nee, natuurlijk niet. Op spreeuwen schiet je niet met kanonnen. Waarom schiet je dan op het werk van God met zoveel machtsvertoon? Ja ik denk dat het de angst is en de haat. Men kan het gewoon niet hebben dat je dingen weet en zegt. Men kan het ten diepste niet hebben dat we de wereld doorhebben. Dat we doorhebben wat er achter zit.

Ja dan komt het, dan gaat het gebeuren. Dan zie je daar die legermachten uit Syrië komen om die ene profeet Eliza die het weet, die de wereld doorheeft, dat die stad waarin hij zit gaan omsingelen. Het staat er echt voor: de hele stad werd omsingeld.

Ik zeg er toch maar even een streepje onder: die tegen ons zijn. Die komen niet maar ergens met een klein beetje maar die gaan je omsingelen. Ze zijn om je heen, helemaal. Omsingeld. Gemeente, ik trek even een lijn naar de dag van vandaag. Waar worden wij soms door omsingeld? Helemaal omringd door machten en krachten en tegenstand? Zie je de voorbeelden weleens om de toepassing te maken naar onze tijd? De machten die het op ons voorzien hebben, het werk van God voorzien hebben, op Israël voorzien hebben. Die het de kerk voorzien hebben, op de kerk voorzien hebben. Omsingeld.

2. Die voor zijn

3. Wat meer is: voor of tegen?

Zondag 25 september 2022 – Zuiderkerk Putten – ds. A.L. van Zwet – Schriftlezing 2 Koningen 6 vers 8-23