De Heere Jezus Christus moest opstaan uit de doden. Omdat Gods Woord de waarheid is, het is voorzegd door de profeten. Omdat God de Vader Zijn goedkeuring moest geven voor het volbrachte verzoeningswerk van de Zoon. Voor de zekerheid van onze opstanding uit de doden. Dat de dood niet het laatste woord, de dood is overwonnen. En Zijn opstanding uit de doden hoe Hij zorgt voor Zijn kerk.

Johannes 20 vers 8: ‘Toen ging dan ook de andere discipel er in, die eerst tot het graf gekomen was, en zag het, en geloofde‘.

Discipelen bij het lege graf

We komen hier bij Petrus en Johannes de discipelen en Maria Magdalena. Ze vertelt hen: ik weet niet waar ze Hem gelegd hebben. Johannes jonger en rende harder dan Petrus. En hij ging niet naar binnen, omdat het graf was. Hij zag de linnen doeken liggen. Wat het precies betekent kunnen we niet weten. Dat ze lagen opgerold. Sommigen denken dat de doeken in de vorm lagen van hoe Jezus in de doeken gewonden lag. Maar dat staat er niet.

Maar meer de doeken verwijderd. Dat was nogal ingewikkeld met een lichaam dat met olie in de doeken gewikkeld was. En toch was dat gebeurt. In een goede orde. ‘Simon Petrus dan kwam en volgde hem, en ging in het graf, en zag de doeken liggen. En den zweetdoek.’

Niet zoals wij een zweetdoek denken. Is er iets significants in, nee we denken van niet. Wel dat duidelijk is dat dit geen teken is van een gesloten lichaam. Daar was geen tijd voor dan. Alles moest meegenomen zijn zoals het was. Wat het Johannes laat zien is dat Christus uit de doden opgestaan is.

Johannes zag het en geloofde. De doeken. Misschien kwam het toen in zijn gedachten. Zei Hij niet op de derde dag op te staan? Meermalen gezegd. Vier keer. Toen begon Hij hen te zeggen. Regulier te onderwijzen. Johannes gelooft in het graf.

Vers 9. Ze wisten nog niet de Schrift uit het Oude Testament dat Hij moest opgestaan. Enkelvoud. Er zijn er een aantal. Zo vanzelfsprekend. Eentje is hier heel duidelijk, Johannes noemt het niet. Petrus op de Pinksterdag noemt het. Psalm 16. Misschien was dat wel de meest duidelijke.

Hij moest opstaan uit de doden. Het was onontkoombaar. Het moest gebeuren. De eerste en meest vanzelfsprekende is dat Christus na Zijn betalende door op het kruis stierf. Hij is God. Gelijk machtig als God. God kan niet sterven. Hij moest opstaan van de dood vanwege Zijn Goddelijke wezen. Hij kan niet sterven en veranderen. Hij kan de dood smaken. Hij kan niet door de dood overwonnen is.

Moeilijk te verstaan voor ons als dat Hij dood was. Als Plaatsvervanger voor ons. Ik heb de macht om het leven af te leggen en weder te nemen. Er zijn verschillende pogingen geweest hem van het leven te beroven. In Jeruzalem. Maar ze konden het niet. Hij ging door het midden van hen.

Niemand sprak zoals deze Mens. Ze konden Hem niet vangen omdat Zijn ure nog niet gekomen was. Maar nu was het moment van God de Vader om Zijn leven af te leggen.

Hij moest van de doden opstaan omdat de Schriften het zegt. De Schrift kan niet verbroken worden. Je kunt helemaal teruggaan naar Genesis 3 vers 15. De kop van de slang vermorzeld, verzenen verbrijzelen. Maar de Zaligmaker zal overwinnen. Petrus preekt Hem in Handelingen 2. U hebt Hem gedood maar God heeft Hem opgewekt. David profeteerde ervan. Zit aan de rechterhand, en Psalm 16.

Vers 26, Psalm 16 geciteerd, mijn vlees zal rusten in de hoop in het graf. Hoop op een toekomstige opstanding. Mijn ziel in de hel niet verlaten. Hel slaat op het graf. Mijn lichaam niet altijd in het graf. Noch zal de Heilige ongerechtigheid zien. Zal opgewekt worden. Petrus past de Psalm 16 toe op de opstanding van de Heere Jezus.

Ze wisten het niet. Het was impliciet, het was niet zo expliciet. Ze wisten het niet, misschien konden ze het weten. Als ze niet een politieke Messias hadden verwacht maar een Goddelijke Messias. We kunnen ook naar Psalm 22 gaan. De opstanding is daar vanzelfsprekend. Het gaat meest over het lijden van de Zaligmaker. David heeft geleden maar niet zo. Het gaat het verre te boven. Iedereen wist: dit is een Messianse Psalm.

Vers 19. Wees niet verre van Mij. Vers 20 gaat over de opstanding. Ik zal Mijn Naam bekend maken onder de broederen. Je bent gedood, maar nu in staat in het midden van de gemeenschap u die de Heere vreest, prijs Hem. Het gaat over de context van de opstanding. Het eerste deel van Psalm 122 is het lijden op Calvarie. En het tweede deel over de opstanding.

We zingen vaak het lied dat van Psalm 24 is gemaakt. Wie zal in de heilige plaats staan? Die voor ons staat? In gerechtigheid. Schone handen, rein hart. Alleen een volmaakte Zaligmaker. Die Goddelijk is. Hij is alleen in staat Zijn gerechtigheid op te offeren voor de zonden van de Zijnen.

Deze Goddelijke Zlaigmaker zal de zegen van God ontvangen. En gerechtigheid van de God van Zijn zaligheid. Zoek Zijn aangezicht. En als we ook maar in twijfel zijn of het over de Zaligmaker gaat, heft op je hoofd omhoog. Wie is deze Koning der ere? Hij is de Koning der ere. Dat is zeker een profetische Psalm over de opstanding van de Zaligmaker. Ik kan naar Jesaja 53 gaan. Plotseling opgestaan van de doden, uit de doden opgestaan. Zal zaad zien. Hij ontvangt al de prijs en eer. Het is onontkoombaar over de opstanding.

Hij moest opstaan van de dood. Het eeuwige leven van Christus moest publiekelijk beproefd worden. Dat moest zo zijn. Denk dat Christus vanaf Golgotha onzichtbaar naar de hemel was gegaan, Zijn ziel rechtstreeks naar de hemel. Beeld het je in, het is niet zo, de Schrift moest vervuld worden. Beeld je in, denk dan: als mensen zouden vragen hoe kun je weten dat Hij leeft? Natuurlijk Hij moest Zich vertonen zelfs zichtbaar in de wereld. Die grote zekerheid.

Hij moest opstaan uit de dood. En gezien worden. Maria Magdalena. Petrus. De de discipelen met een twijfelende Thomas. En de twee op weg naar Emmaüs. En aan het meer van Tiberias. Zijn hemelvaart. De vijfhonderd op een dag. Hij Jakobus gezien. Dat we er zeker van zijn.

Hij moest uit de doden opstaan vanwege de goedkeuring van de Vader. De Vader is erin betrokken. Hij ontvangt Hem. Hij zei het tot Zijn terug te keren. Nog een kleine tijd en Ik zal tot de Vader gaan. Dan weten we dat Calvarie helemaal geslaagd was.

Zijn goedkeuring in de hemelse heerlijkheid. De zonden en val tenietgedaan. Onze toekomstige opstanding ligt vast. Hij is onze Voorloper. God richt onze ogen op de opstanding van de Heere Jezus Christus. Half van de tijd dat we zekerheid verliezen en de zonden ons omringen, is doordat we zicht verliezen op de toekomst. Hij verandert ons perspectief op het opgewekte leven.

Hij moest opstaan. Onze gemeenschap moet verzekerd zijn. Ik wil het uitleggen. Als er geen opstanding was, hypothetisch Christus, meteen naar de Vader ging. Hij regeert in de hoge hemelen. Al Zijn eigenschappen Zijn vervuld. Heeft Hij dan tijd voor jou en mij? Denk aan vrienden die voor een tijd waren en promotie na promotie hadden. En dan niet meer je vriend. Ging hoger en hoger.

Hij is de opgestane Heere. En dan te zien hoe Hij met hen omgaat. Maria. Rabbouni. Persoonlijke zorg en interesse voor haar. En op de achtste dag de discipelen hadden de deuren gesloten. Natuurlijk vreesden ze. Niemand wist waar ze waren. Wat zouden zij doen? Ook gearresteerd worden? Uit elkaar gaan. En dan de Heere Jezus daar. Dezelfde Heere. Vrede zij u.

Twijfelende Thomas. Hij werd gecorrigeerd. Mijn Heere en God. De twee naar Emmaüs. Hij onderwijst hen zonder dat Hij Zich openbaarde. Was ons hart niet brandende in ons. Zonder opstanding zou je niet zeker zijn. Nu ziet Hij ieder van ons. Met een liefde die alle verstand te boven gaat.

Henry Francis Lyte: ‘Not a brief glance I beg, a passing word; But, as thou dwell’st with thy disciples, Lord, Familiar, condescending, patient, free, Come, not to sojourn, but abide with me!‘.

Zes redenen waren Hij van de dood moest opgestaan. Hij is God. De Schrift moest vervuld worden. De goedkeuring van de Vader. Zijn opstanding is een zekerheid van onze opstanding. Zijn opstanding laat zien hoe Hij voor ons zorgt. Hij moest opstaan van de dood.

 

Zondag 4 april 2021, Paaszondag – Metropolitan Tabernacle Londen [Verenigd Koninkrijk] – dr. P. Masters – Schriftlezing Johannes 20